Tussen vrijheid en controle



Steeds meer oude fraaie gebouwen krijgen tegenwoordig een herbestemming. Zo werk ik zelf in een voormalig NS-gebouw aan het Utrechtse spoor met andere kunstenaars en creatieven. Maar wat te denken van een gevangenis met 116 cellen? Kunstliefde is de uitdaging aangegaan en heeft deze plek geannexeerd voor een unieke tentoonstelling ‘Onder controle’ van Utrecht Down Under. Kunstenaars reageren met hun werk op het thema ‘controle’. Er zijn installaties, performances, videowerken, tekeningen, beelden en enkele schilderijen te zien. Een impressie van de kunstenaars vind je op mijn blog Huidlandschappen.
Het is fascinerend om door dit pand met deze bijzondere geschiedenis te dwalen. Een beetje creepy ook. De afgesloten en kleine celblokken geven je vanzelf een gevoel van beklemming. Je ziet de kleine wc’s van rvs in de hoek van de ruimte. Ze zien er vies uit. Op sommige muren staan de aftelstreepjes met balpen nog op de muur. In een andere ruimte lees ik de teksten van gevangenen ‘Ik ben eruit, nu zit jij hier’. Die entourage geeft de hele tentoonstelling een macaber tintje. Er valt weinig te lachen maar veel te ontdekken in dit rijksmonument waar ooit Herman Brood en Simon Vinkenoog nog opgesloten hebben gezeten.
Indrukwekkend is de grote tekening van Robbie Cornelissen, een van de kunstenaars. Niet alleen minutieus getekend op dit grote imponerende formaat, maar ook een angstaanjagend en huiveringwekkend beeld. Het roept gedachten en fantasieën op van opsluiting, marteling, executie en totale isolatie. Als ik ergens bang voor ben is het wel de inperking van menselijke vrijheid. Charlie Hebdo ligt nog vers in het geheugen.
De maand mei is bij uitstek de maand om hierbij stil te staan. We herdenken de bevrijding van 70 jaar geleden en de vrijheid die velen nog steeds moeten bevechten. Dan kan ik mij dankbaar voelen om te mogen leven in dit land, in deze stad. Waar ik kan zeggen wat ik wil, kan schrijven wat ik denk, kan doen wat ik verlang en erbij kan lopen zoals ik zelf mooi vind. Iets om dankbaar voor te zijn. Want het kan zo maar weg zijn. Vervlogen.

De tentoonstelling 'Onder Controle' is nog t/m 31 mei te zien in de voormalige Utrechtse gevangenis aan het Wolvenplein.

De huiden van Fes


Ook Fes is een koningsstad. Op een of andere manier belanden we steeds weer in de medina, de soeks en de ambachten in plaats van bij de koninklijke paleizen. Meestal mag je de paleizen ook niet in of zoals een gids gevat opmerkte: ben je een vriend van de koning? Nee? Dan ga je toch ook niet op bezoek. Kortom je kunt wat in de paleistuinen dwalen maar meer niet. In de medina van Fes is het een drukte van belang. Kleine, nauwe steegjes met kraampjes vol vis, groente, noten of zilvergoed, leer (best mooie tassen ook met geitenhuiden) en bandjes en garens.Tussendoor lopen bepakte ezeltjes die hun koopwaar bij de kraam afleveren. Regelmatig springen we opzij als er weer een ezeldrijver aankomt met een volle, waggelende ezel. Buiten de medina wordt de koopwaar vanuit de auto op de ezels gehesen waarna het lastdier zijn tocht door de nauwe straatjes begint. 

We zijn op zoek naar de tannerie. De plek waar de dierenhuiden worden gewassen, geverfd en gelooid. Als we ook maar even zoekend rondkijken en stilstaan, staat er alweer een jongeman naast ons: "this way madam". We knikken vriendelijk en proberen de jongeman af te schudden. Het heeft iets dwingends de hele tijd zo'n jongen om je heen. Gelukkig laat hij ons na een paar minuten met rust en ontdekken we de tannerie in een deel van de stad waar ze flink aan het verbouwen zijn.
In een bruisende rivier worden de vachten gewassen. Het lijkt wel de middeleeuwen. Dat beeld wordt nog sterker als we bovenin een pand staan en naar beneden kijken op de tannerie. Vele baden en even zovele werkmannen. Ze bewegen de huiden in het water dat soms grijs en soms rood is. Met lieslaarzen aan en soms handschoenen wassen ze de huiden heen en weer. Zwaar werk. Overal hangen huiden te drogen. De baden kleuren rood met pigmenten. Het schijnt een vervuilende business te zijn. Vroeger werd chroom gebruikt dat zeer giftig is. De regels voor uitstoot en vervuiling zijn hier vast niet zo streng als in Nederland. Het is een fascinerend gezicht maar heeft ook iets triests. Waarom? Ik probeer te voelen wat het zo triest maakt en dan komt het woord omhoog: slavernij. Ja, daar doet het me aan denken. En dan te bedenken dat het nu nog lekker achttien graden is met een lekker zonnetje. Maar dit werk gaat elk seizoen door. Ook in de zomer als het veertig graden is. Ik moet er niet aan denken. We lopen terug naar beneden langs de mooiste leren producten: tassen, poefs, vachtjes. Het is de bedoeling dat toeristen wat kopen en zo wordt je ook opgewacht met een takje verse munt. Ongezien proberen we naar buiten te komen. We reizen slechts met handbagage en hebben geen plek voor mooie, grote leren tassen. Spijtig genoeg.

Een dag later willen we naar een ander stuk van de stad en naar de blauwe poort. We lopen naar de medina en zoeken de bordjes. Een klein jongetje spreekt ons aan en wijst gelijk de weg. Oh nee, niet weer een gids. Maar ja, hij is zo klein en hij spreekt bijzonder goed Engels. We raken aan de praat en eigenlijk is het wel een gezellig joch. Hij neemt ons mee naar de moskee met de veertien poorten. In de medina komen de houten deuren uit. Allen verschillend van houtsnijwerk en grootte en meestal gesloten. De hoofdpoort staat open voor mensen om te bidden. Wij mogen nooit naar binnen. Dat is wel een verschil met de boedhistische tempels of katholieke kerken die veel meer open zijn naar toeristen en niet-gelovigen. Dat vind ik jammer van deze godsdienst. Het jongetje dat Omar heet en zeven jaar is neemt ons mee naar een terras bovenin een huis. Via een trap met vele treden ingelegd met mozaïek komen we bovenin. Hier kijken we uit over de stad en op de moskee. We krijgen thee en koffie van de bewoner. Ik vraag Omar wat hij later wil worden. Hij tekent een ketting om zijn nek met een kaartje eraan. Het verwijst voor hem naar het beroep van officiële gids. Dat wil hij het liefst. Ik verbaas me over zijn jonge leeftijd. Hij is klein maar praat als een wijsneus van negen. Hij ziet gelijk dat ik een iPhone4 heb en wil graag op de foto.

Dan willen we wat spulletjes kopen en overleggen met Omar. Hij zegt 'ja, ja' en neemt ons verder en dieper de soeks in. Opeens is het niet meer leuk en proeven we zoals vaker een verborgen agenda. Even later staan we oog in oog met wat mannen die Omar lachend in de armen sluiten. Dit lijkt afgesproken werk. Waarschijnlijk krijgt Omar wat als hij toeristen aanbrengt. We zijn bij een tweede tannerie, we ruiken de geur van de huiden. Hier hebben we helemaal geen zin in want dat hebben we gister al gezien, bovendien dringt de tijd. We vliegen over een paar uur terug en willen nog wat shoppen. We lopen snel door en schudden Omar af. Dan maar geen fooi. Even later staat hij met een dikke grijns weer voor onze neus. We proberen nog eenmaal harde afspraken te maken. We willen naar de blauwe poort en die soeks uit. Op een gegeven moment worden al die steegjes en winkeltjes behoorlijk claustrofobisch. Omar wijst ons nog een keer de richting en we bedanken hem en betalen vijf euro. Hij weigert resoluut, zo jong als hij is. 'No, no'. Dit is veel te weinig. We doen er nog wat euro's bij en hij verdwijnt ongezien de soeks in. Omar wordt later vast een bevlogen en toegeweide gids die ook goed zijn prijs weet te maken.

De graven van Rabat


Rabat is de koningsstad aan de westkust. Na de drukte van Marrakech is frisse zeelucht een verademing. We lopen onze kleurrijke Riad uit, dit keer gerund door een moderne jongeman die goed Engels spreekt, en bereiken door een poortje het strand. Wat we daar zien beneemt ons de adem. Duizenden graven en grafstenen, bedekt met groen en soms bloemen, reikend tot aan de oceaan. Hier hebben de inwoners van Rabat hun laatste rustplaats. Met hun hoofd begraven naar Mekka. Aarzelend lopen we het pad naar beneden, zo in de armen van een praatgrage jongeman. Hij vertelt ons het een en ander over deze bijzondere begraafplaats en loodst ons mee het kerkhof door. Hij loopt en loopt en praat en praat. Engels, Frans, Italiaans, hij spreekt zijn talen. Uiteindelijk belanden we in de Kashba met huisjes uit de middeleeuwen. Alle huizen zijn wit en blauw geschilderd en de straten zijn proper en goed schoon geveegd. Hier en daar een bloempot met een cactus. Dit is de oudste kashba. Aan de andere kant van Rabat is de kashba in de medina met de winkeltjes en de restaurantjes. Hier is het stil en vredig ware het niet dat we aan de leiband van de gids lopen. Want dat blijkt hij te zijn en even later vraagt hij zijn gage. Opeens is het een handelaar in hart en nieren die zijn geld eist. Met een paar euro is hij niet tevreden. We geven nog wat meer en hebben weer een les geleerd. Niet met iedereen meegaan en assertief zijn. Mensen willen je hier zo graag helpen maar aan elke dienst hangt een prijskaartje en een praatje. Bovendien houd ik meer van dwalen in stilte, je laten verrassen, stilstaan en zelf ontdekken. In Marokko is dat een fikse uitdaging.


Bij het strand is bewaking. We passeren een slagboom en bewaker.  Omstreeks dit tijdsstip selecteren ze aan de poort en mag niet iedereen vrij doorlopen. Er wordt vooral gelet op jongens en meisjes. Die willen zich hier nogal eens terugtrekken aan de kust voor een romantisch samenzijn. Later zien we ook stelletjes die hand in hand naar de zonsondergang zitten te kijken. Het is een beeld dat je in de medina of in de stad nauwelijks ziet. Daar is de wereld van mannen en vrouwen sterk gesegregeerd. Als ik af en toe hand in hand loop met mijn man lijkt het bijna of ik iets ongepaste doe. Stout. Dan realiseer ik me weer in wat voor een vrij land we leven.

De volgende dag genieten we van de branding en de bruisende zee. De golven zijn hoog en slaan kapot tegen de rotsen. Het water trekt mooie halve cirkels in sporen. De kust wordt door vissers en enkele wandelaars gebruikt maar er is geen horeca. Het zou een uitgelezen plek zijn voor een mooie wandelboulevard of een leuk terras maar niets van dat alles. De plek wordt niet op die manier uitgebuit en geeft ons de kans om rustig te kijken en te slenteren. Op sommige plaatsen stapelt het zwerfafval zich op. Teruglopend over de begraafplaats is het druk met mensen en handelaren, veel oude mensen zitten gehurkt op de graven en steken bedelend een hand uit. De eerste geven we een muntje en dan steekt een hele rij zijn of haar hand uit. Het kleingeld verdwijnt zo uit onze zakken en we wandelen terug naar onze luxe Riad.


De rauwheid van Marrakech

Kippen worden hier, terwijl je wacht, de nek om gedraaid. In de kleine stalletjes boven het hoofd van de marktkoopman lopen ze eerst nog vrij rond te dribbelen in hun kleine hokjes om daarna het leven te bekopen oog in oog met een scherp hakmes. Vrouwen en kinderen kijken ernaar zonder iets van afschuw. Deze kip ligt vanavond op je bord. Verser kan niet. In de medina van Marrakech in de kasba logeer ik een authentieke Riad. Elke morgen als ik de deur uitstap, kom ik in een andere wereld. In de nauwe steegjes staan kleine fruitstalletjes, kleden met verse kruiden naast plastic kratten vol verse vis. Het ruikt er een beetje naar dood vlees, niet de prettigste geur. Een deur verder smeed de werkman een nieuwe deur van staal. De vonken vliegen in het rond. Iets verderop ruik ik de verse houtkrullen van de timmerman die kleine krukjes en nieuwe deuren maakt. De pigmenten en parfums van de plaatselijke apotheek liggen aanlokkelijk uitgestald in rieten manden. Waar het kan, wordt het in mooie hoge punten opgestapeld en gevormd. 

De mannen bieden hun waar aan op de markt en staan in de winkels. De vrouwen lopen in deze wijk voornamelijk in traditionele kledij met bedekt hoofd. Het voelt ongepast om hier al te bloot rond te lopen. Het domein van de vrouw is thuis en in de Riad serveren de vrouwen het ontbijt. De man rekent af na verblijf. Ik proef een strenge rollenscheiding die we in Nederland niet meer kennen op die manier. 
Op een dag laten we ons rond rijden in de Riksja voor toeristen, een versierde koets getrokken door twee paarden. Maar eerst onderhandelen over de prijs. De vraagprijs van 400 voor een rondrit daalt al gauw naar 200 voor een enkele reis naar de moskee. Ik zet in op 100 dirham waarna we ergens in het midden uitkomen. De koetsier lijkt zijn paarden extra hard te slaan met de zweep om de lagere ritprijs te compenseren. Onderhandelen met een vrouw en dan bakzeil halen, een grotere afgang is er niet bedenk ik terwijl de uitlaatgassen zich vermengen met de geur van paardendrollen. Bij het uitstappen keurt hij ons geen blik waardig en pakt zijn geld uitdrukkingsloos aan. Maar dat gebeurt vaker. Met veel tamtam wordt je een winkel ingeloodst, alles wordt uitgelegd met het doel iets te verkopen. Als de buit binnen is, kan er vaak geen afscheidsgroet vanaf. De vaak jonge knullen staan al weer klaar om hun volgende 'slachtoffer' binnen te halen. Zodra je deze strategie door hebt, kun je je beleid erop aanpassen en je wat assertiever opstellen. Niet met iedereen meelopen. De meeste mensen zijn aardig en helpen je graag. Of het nu om een geldautomaat gaat of om de weg naar je Riad. Een Riad is een soort bed en breakfast in Marokkaanse stijl. Het is eenvoudig en goedkoper dan een hotel. Minder luxe maar ook authentiek en dichtbij de mensen. Ik ben blij met de drie Riads die we gereserveerd hebben in Marrakech, Rabat en Fez. De temperatuur is goed voor de tijd van het jaar (eind februari) zonnig en rond de twintig graden.

Een mooi en groen uitstapje om de drukte van de stad even te ontvluchten is het bezoek aan een tuin. Er zijn er verschillende in Marrakech. Een van de bekendste tuinen is de Jardin Majorelle. Een prachtig aangelegde tuin met cactussen, palmbomen en bloeiende bloemen. Bovendien is hier de as uitgestrooid van Yves Saint Laurent en zijn laatste rustplaats. In de mooie binnentuin kun je heerlijk lunchen en koffie drinken.
In de avond eten op het grote plein Jemaa El Fna is een bijzondere ervaring. De lucht kleurt langzaam rood achter de moskee en de zon verdwijnt achter de horizon. Het plein komt nu tot leven. Groepen muzikanten, jongleurs en mannen met belletjes strijden om je aandacht. Foto's maken wordt niet altijd gewaardeerd of je moet betalen. De geuren van gebakken vis en geroosterde kip vullen mijn neusgaten. Jongens met folders trekken aan je mouw en verleiden je om in hun kraam te komen eten. De avond is gevallen en alle kraampjes zijn verlicht. Er staan houten picknickbanken waar toeristen en locals hun avondeten gebruiken. Ook kinderen eten gezellig mee. Uiteindelijk belanden we in een kraampje en laten ons trakteren op vlees en vis, aubergine en paprika met couscous en olijven. Veel te veel maar wel smakelijk.

Mylou Frencken met de Rouw Revue

Gister ben ik naar de Rouw Revue geweest in de Kleine Komedie in Amsterdam. Cabaretière Mylou Frencken stond samen met Pieter Tiddens op de planken en bracht humor en rouw tot een synthese in een wervelend programma van liedjes, sketches, ontboezemingen en anekdotes. Over loslaten, over wat het je kan brengen en over leven na de dood van een dierbare. 'Want hoe besta je na?' Ik wist niet wat ik verwachten moest maar vond het een spannende onderneming om Rouw en Revue te combineren. Vanwege mijn eigen workshops rouw en verlies die ik geef met Beate Matznetter ben ik geïnteresseerd in dit thema. Rouw hoeft niet altijd zwaar te zijn en is zeer persoonlijk. Dat blijkt ook uit het verhaal van Mylou die haar man Bert Klunder acht jaar geleden verloor. Zij noemt rouwen een ziekte omdat je volledig uit je doen bent. Haar advies; 'Je moet goed uitzieken anders wordt het chronisch'. Het komische duo betrekt op allerlei manieren het publiek bij hun verhaal en dat lukt best goed in de Kleine Komedie. De Amsterdammers willen wel. De zaal gaat helemaal los als de tranentrekkers uit de Uitvaarten-top 10 van stal worden gehaald. Een swingende medley volgt. 'Waarheen, waarvoor', 'Kumbaya my lord', 'We'll meet again' (draaien ze dat??) en 'De vlieger' van Andre Hazes. Als Pieter Tiddens een mooie performance weggeeft van de blinde Andrea Bocelli, angstvallig tegengehouden door Mylou zodat de man niet van het podium dondert, ligt de zaal plat.
Goedbedoelde adviezen? Daar zit een rouwende niet op te wachten. 'Na regen komt zonneschijn' of 'ga eens een tantracursus doen' of nog erger, doe eens gek en 'ga naar bed met je rouwtherapeut.' Weg ermee.

All inclusive
Kortom; gelachen werd er genoeg. Interessanter vond ik de momenten waar Mylou met de billen bloot ging. De intieme verhalen waarin ze vertelt waar ze spijt van heeft. Spijt dat Bert niet thuis heeft gelegen ('Dat vond m'n dochter eng') spijt dat ze hem zelf niet gewassen heeft ('ik durfde het niet'). Het zijn kleine pareltjes die raken maar waar zo weer overheen gepraat wordt. Was het nog te kwetsbaar? Ja, dat miste ik; de stilte, de verdieping. De momenten van inkeer, tijd om de herkenning te laten binnenkomen. Misschien is het een brug te ver voor een theatervoorstelling. De hele show was best vlug en daardoor ook vluchtig. Daarentegen is Mylou ontwapenend eerlijk als ze terugblikt op haar relatie met Bert. 'Hoe kwam het dat ik steeds meer bitter werd in die relatie?' Bert blijkt een dominante, niet al te makkelijke man. Als hij naar Turkije wilde met een 'all inclusieve', dan gebeurde dat. Ook al schreeuwde alles in Mylou: NEEEE. Toch zaten ze een week later bij dat zwembad aan de Turkse kust. Nee roepen en ja doen. Veel vrouwen schikken zich in dat lot en zo houdt ze ons een spiegel voor om voor jezelf op te komen in een relatie. Voordat het te laat is. In een interview met de Volkskrant noemt ze het wrang dat zij pas tot bloei gekomen is na Bert's dood.
Het wordt ook duidelijk dat rouw niet afgelopen is na een jaar. Ok, alle feestdagen heb je gehad. Maar dan begint het doorleven opnieuw met kleine variaties. Zoals de kinderen die met Sint Maarten aan de deur komen en een jaar later heel lief zeggen; 'we hebben extra mooi voor je gezongen omdat je man dood is'. Troost is soms dodelijk. Troost als kurk om het verdriet te laten stoppen. De sussende troost. Laat een rouwende tranen met tuiten huilen net zolang hij of zij daar behoefte aan heeft.

Dans van het leven
Het was bevrijdend om met elkaar te lachen om de dood en alles wat erbij komt kijken. Rouw en Revue kunnen prima samen, zo blijkt. Het mooiste moment van de avond wat mij het meest raakte, was het slot. Mooi omdat het me ontroerde en ik de tranen voelde prikken. Mylou heeft een mooie dansjurk aan en danst nog een keer met de man op het podium. 'Bert kon niet dansen'. Ze zwieren samen over de planken, de witte jurk wappert, waait en volgt de vloeiende dansbewegingen. Als Pieter haar loslaat, danst Mylou verder op de muziek uit de oude doos. Ze danst, is blij, reikt uit en zwiert. Ze is met zichzelf, in zichzelf. De symboliek hiervan vond ik prachtig. Dit is niet anders dan haar dans van het leven. Een dans die iedereen alleen moet maken. De lichten doven heel langzaam maar de dans gaat door en door en door.
___________

Rouw Revue met Mylou Frencken en Pieter Tiddens, nog te zien t/m 10 februari 2015 in diverse kleine theaters.
Workshop rouw en verlies, zaterdag 29 november met Els Vegter en Beate Matznetter in atelier Concordia, Utrecht.

Huwelijkstotem van bloeiend roest

In mijn atelier verzamel ik materialen en vondsten om te verwerken in schilderijen. Vrienden en bekenden verzamelen driftig mee en komen met de meest bizarre vondsten aanzetten. Dat varieert van een doos oud gereedschap van hun overleden opa tot een verse vossenhuid, geschoten bij de Oostvaardersplassen. Eigenlijk zeg ik overal 'ja' tegen ook al is het groot, zwaar of vies. Van de elandenhuid en vossenhuid heb ik een schilderij gemaakt dat ik ooit in Kadmium Delft heb geëxposeerd tijdens de tentoonstelling 'Van huid tot haar'. Inmiddels is de huid vergaan en zit er een groot gat in het schilderslinnen. Dat heb je met organische materialen, die blijven voortleven. Hoewel de elfenbankjes uit het werk 'Wortelstelsels' nog steeds stand houden. 
In een grote bananendoos verzamel ik oud roest. Een paar jaar geleden ben ik naar de sloop gegaan in de buurt van het industrieterrein en heb me vergaapt aan het prachtige geplette metaal. Mijn verzameling bevat van alles: computeronderdelen, roestige roosters, geplet staal, ouderwetse hamers. Er is alleen een probleem: de objecten zijn te groot om in een tweedimensionaal kunstwerk te bevestigen. En om nu opeens installaties te gaan maken...dat was tot voor kort een brug te ver. Totdat ik een gelijkgestemde ziel ontmoet. Een vrouw die van alles verzamelt en meedoet aan de ZomerSchilder4Daagse in mijn atelier. Er is een klik. Ze vertelt zo enthousiast over haar kleine installaties in de tuin en op balkon. 'Zo raak ik van mijn troep af. Soms wordt er wel eens wat gepikt maar dan hang ik er gewoon weer iets bij.' Dit geeft mij het zetje. Ik stapel mijn dozen op, laad ze in de auto en breng ze thuis. Niet onbelangrijk in dit verhaal is mijn handige man die in het maakproces een cruciale rol heeft gespeeld. Bovendien waren wij net 16 jaar getrouwd. In plaats van een etentje bij kaarslicht hebben wij een hele zondag staan knutselen in onze eigen voortuin. Passen en meten. Ik doe het kijkwerk en hij het schroefwerk. Zo groeit onze installatie waarin het kacheldeurtje van de overbuurman verstopt zit en het ovenrooster van de buurvrouw. We kijken elkaar aan. Dit is het eerste kunstwerk in onze wijk Voordorp. Vijftien jaar geleden was er een subsidiepotje voor een kunstwerk maar vanwege de fallusachtige vorm is dat toen weggestemd. Wij hebben nu onze eigen kunst 'handmade' gewoon in de voortuin van de kunstenaar en de timmerman.
 Elke ochtend als ik de gordijnen opentrek, glimlacht het roest me toe. Bloeiend roest. Dankzij het skelet van de fluweelboom die de installatie draagt, heeft het beeld zijn uiteindelijke vorm gekregen. Binnenkort kleurt de bladerenkroon herfstig rood, geel en oranje. In het voorjaar zal onze huwelijkstotem opnieuw uitlopen met groen blad.
Meer foto's op Flickr

Zeikstad en Bollywood


Een week lang uit je comfortzone stappen en in de huid van een Indiase danseres kruipen. Net zo lang oefenen totdat je die sierlijke handbewegingen enigszins in de vingers hebt en tegelijk je heupen zwoel laten wiegen. De dansproductie Bollywood van docent dans Marielle toverde zes vrouwen uit de polder om in zes beeldige, oosterse danseressen met een wulpse man ertussen. We gingen helemaal uit ons dak. Vooral de man van over de zestig heeft de vakantie van zijn leven. Of een Rotterdamse pleejuffrouw spelen in de musical Zeikstad onder leiding van theaterman Thom en zangdocente Tineke Blok. Heerlijk, vooral die Rotterdamse tongval van Patricia Paay. 'Nee, eeeecht? Hebbie dat niet gezien dan? Joh, doe normaaaaaal.' Met de toiletborstel in de aanslag, op hoge hakken, met schort voor storm ik op de menigte af 'Betalen, niemand plast hier voor niets, ook jij Jozef. Betalen!' Gelukkig had ik niet al teveel tekst en lag het accent op de swingende liedjes zoals 'Sta op en loop' dat een lekkere gospelsound had. Zoals Jamai het zong in de musical Urinetown, zo goed waren we nog net niet, maar het plezier was hetzelfde.

Een weekje Charme opent de creativiteit in jezelf en laat de energie stromen. Dat hoeft niet altijd exhibitionistisch op een podium te zijn, het kan ook heel stil aan tafel met een schrijfworkshop van schrijver Benny. Of in het houtatelier van Anton waar als variatie op The Horse, een levensgrote giraffe is gemaakt waar manlief nog aan geschroefd heeft. Tijdens het maanlicht komt op hoge poten de giraffe langs de waterkant. Magie. Elke avond kun je genieten van presentaties van anderen en lachen bij het avondtheater. Als je geluk hebt, speelt de all round performer Kim van Zeben mee. Genieten! Heb je zin je te laten inspireren, je energie te laten stromen en jezelf weer helemaal op te laden? Boek volgend zomer een weekje Charme. Aan je kinderen heb je geen kind want die doen leuke dingen in hun eigen leeftijdsgroepen. Zelfs als de rivier overstroomt, de jongerentent onder water loopt, de velden modderig zijn zoals bij onze laatste vakantieweek, blijft Charme genieten. Kun je nagaan hoe het is als de zon schijnt, wat normaal gesproken ook zo is in Frankrijk...

Jouw Boek in de Bieb

De bibliotheek Utrecht is in het najaar van 2025 een prachtig initiatief gestart: Jouw boek in de Bieb. Ze eren daarmee alle schrijvers die ...