Posts tonen met het label Bali. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bali. Alle posts tonen

Bloemenoffers


Een van de mooie gebruiken op Bali die me elke keer weer raakt, zijn de bloemen- en fruitoffers van de vrouwen. Elke dag doen vrouwen hun rondje. Meerdere keren lopen ze langs bepaalde plekken in en om het huis en hun huistempel met een grote schaal vol kleine bloemenoffers. Dat zijn gevlochten bamboemandjes met bloemetjes en rijst erin en veel geurende wierookstaafjes. Ze doen dit gekleed in sarong en slendang twee of drie keer per dag. Behalve als ze ongesteld zijn, dan offeren de vrouwen niet. Dan mogen ze ook de tempel niet in om ceremonies bij te wonen. Een man heeft me dit verteld aan het begin van mijn reis. Ik ben verbaasd over zijn openheid over het onderwerp. Het woord 'menstruatie' rolt heel makkelijk zijn mond uit. Zonder schaamte. Mijn vraag aan hem was of mannen ook offeren. Af en toe, was het antwoord, bijvoorbeeld als de vrouwen hun menstruatie hebben. Al die kleine mandjes moeten steeds weer worden gevlochten. Zoals vroeger bij ons de moeders altijd aan het breien, haken en naaien waren, zo stel ik het me voor. Alleen dat was voor het gezin en dit is voor de familie. Bescherming, toeweiding, dankbaarheid aan de goden. De verschillen zijn eigenlijk niet eens zo groot. Vrouwen vlechten hier elke lege minuut aan een mandje. Ik zag ze aan het strand van Sanur samen zitten en ondertussen praten en lachen. Ook oude vrouwen die in huis wonen bij de familie, leveren zo hun bijdrage aan de familie. In Munduk bij de homestay waar ik verbleef, zag ik een grijze dame elke ochtend in de weer met de groene stroken bamboeblad. We knikken elkaar toe en groeten elkaar 'goedemorgen' met de Balinese groet 'Pagi'.

Bloemenoffer op balkon
Het offer brengen gaat op een hele sierlijke en toegewijde manier. De vrouw knielt bij de plek en zet het schaaltje neer. Dan beweegt ze haar hand boven het offer met een bloemetje tussen de vingers. Ze maakt een wuivende beweging en misschien prevelt ze een mantra of gebed. Dan sprenkelt ze water uit een flesje op het mandje met bloemen. Elke plek krijgt zo even de aandacht met waarschijnlijk een woord van dankbaarheid of vraag om bescherming. Want de offers worden ook midden op straat gelegd, op een kruising of voor de ingang van een huis. Toen ik opgehaald werd door de taxi in Candidasa had de chauffeur een versiering gekocht voor onder de ruitenwisser. Voor een veilige rit. Zo mooi. Ook ontving ik soms een bloemenoffer op mijn terras of balkon. Zoals in Amed. Als ik op mijn balkon mijn blog zit te schrijven, komt er om half zes een vrouw van de bar langs. Ze maakt eten in de keuken en draagt doorgaans een spijkerbroek en T-shirt. Nu heeft ze een sarong om haar broek gewikkkeld en doet haar rondje. Voor mijn trapje legt ze een bamboeblad met bloemetjes neer. Ze verstuift de wierook met haar hand en maakt dat bekende wuivende gebaar met een bloemetje tussen haar vingers. Ze giet wat water uit een flesje op het geheel en maakt haar ritueel af. De geur van wierook vult mijn neusgaten. Het roert en raakt me, die zorg voor de plek, het huis, de ander. En ook voor mij. Bij het zwembad van mijn laatste hotel in Jimbaran wordt dagelijks een nieuw offertje neergelegd. Zo zwem ik 's ochtends mijn rondjes in wierookwalmen. Neem me stilletjes voor om dit thuis op mijn eigen manier te continueren. Er is weinig voor nodig, een bloemetje en een wierookstokje, even stilstaan bij de dag, het moment. Dankbaarheid toelaten.

De vrouw uit het niets


Het schiereiland onderaan Bali lijkt een beetje op een champignon. Dit is een geliefd stukje kust bij surfers. Aan de westkant slaan hoge golven tegen de kust en aan de oostkant zijn de meer rustige, witte stranden zoals Nusa Dua. Ik ben nieuwsgierig naar deze kust waar veel Australiërs komen. Stuk voor stuk zijn het pareltjes. Sommigen zijn alleen te bereiken door een steile trap naar beneden via de rotsen. Door een nauwe rotsspleet, wurmend langs andere bezwete lijven die de weg omhoog zoeken, kom ik dan uiteindelijk op het idyllische strand van Padang Padang beach. Grote rotsblokken met schaduwrijke plekken omarmen de baai. Een schilderachtig plekje, een bountystrand maar ik zou dit niet elke dag willen afdalen en beklimmen. Terug is het een ware fitnessoefening om de grote treden weer op te klimmen. Hetzelfde geldt voor het strand Sulaban beach. Een uitgelezen strand voor surfers. De golven zijn lang en hoog en dagen iedereen uit die een surfplank kan besturen. De restaurantjes liggen op plateaus in de rotsen waardoor je van grote hoogte neerkijkt op het water met sportieve, jonge goden van de zee die de golven berijden.

Knokige vingers
Gezeten op dat terras neem ik een verkoelend drankje en laat mijn blik dwalen over de oceaan. Opeens voel ik een zachte wang tegen mijn huid. Vreemd, ik ken hier niemand. En dan vingers die krioelen in mijn nek. Ik draai mijn hoofd en zie uit het niets een oude vrouw. Met de zangerige Indonesische tongval hoor ik haar vragen: 'massage?' Het kleine tanige vrouwtje vleit nogmaals haar wang tegen de mijne en haar knokige vingers krijgen grip op mijn stijve nek. Ze drukt haar vingertoppen op de pijnpunten en zegt nogmaals 'massage'. Ze kraakt een beetje en lijkt best oud. Ze heeft niet al haar tanden meer. Ik laat het me lekker welgevallen. Verderop zijn twee vrouwen twee jonge meiden aan het masseren op de vloer van een overdekte pagode. Ook deze oude vrouw zoekt klanten, alleen ik blijf hier slechts een drankje. Te kort voor een uitgebreide massage. Ze heeft ook armbandjes en ik zoek een paar gekleurde uit in rastakleuren voor mijn zoons. We praten even in gebrekkig Engels en ik vraag naar haar leeftijd. Ze is zeventig. En dan nog steeds de straat op moeten met je koopwaar. AOW kennen ze hier niet. De vrouw lijkt er niet onder te lijden en ik ben verrast door deze bijzondere ontmoeting en voel nog haar zachte wang. Ik geef haar wat geld en maak de klim weer naar boven.

Vissenbewustzijn


Bloemkool en broccoli in grote vormen, enorme schalen van schelpen, de darmflora met uitstulpingen in bleekroze of beige. Wieren en koralen die waaieren en wiegen. Alles beweegt zachtjes, gaat open en dicht op een organische manier alsof het ademt. Het is een groot lichaam dat ademt en leeft. Alsof ik binnen de huid zwem van een groot organisme. Op stenen heeft zich een nieuwe huid van koraal afgezet van het blauwste blauw. In mijn atelier heb ik pigment dat heet ultramarijn blauw, een krachtig blauw dat hier rondzwemt als een school kleine vissen. Grote vissen van twintig of dertig centimeter in felgeel met zwarte strepen en zo'n prachtige, sierlijke maanvormige vin aan de bovenkant en een subtiel sliertje aan de achterkant. Ook zie ik vissen die levenslang koninginnedag vieren. Koningsdag. Ze zijn donker maar achterop hun staart zit een oranje strik, een soort klavertje vier in heloranje. Vissen in gestreepte pyjama's in geel, lichtblauw en paars. Onder mij zie ik een jongen heel dicht bij het wrak zwemmen. Hee, dat kan dus ook. Ik neem een teug adem en duik met snorkel en al de diepte in. De druk wordt groter op hoofd en oren en het is best moeilijk om naar beneden te zwemmen. Ik raak het koraal aan en zie alles nog beter tot ik geen adem meer heb. Dan zwem ik terug naar de oppervlakte, haal adem door m'n mond en laat de snorkel leeglopen. Soms volg ik een vis een tijdje waardoor ik weer nieuwe vissen ontmoet in blauw en groen of parkietengeel. Ik heb eens meegedaan aan een koraaltentoonstelling. Na afloop kocht ik het grote fotoboek 'bedreigd koraal' van het Wereld Natuur Fonds. Een mooie inspiratiebron voor nieuwe schilderijen. Ik heb me verlekkerd aan de plaatjes. Nu zwem ik zelf rond in die prachtige foto's uit het boek en in mijn eigen schilderij. Alles is van een even grote schoonheid. Mocht je geloven in een god als schepper van hemel en aarde, dan krijg je in deze onderwaterwereld volop bevestiging.

Aanwezig zijn
Er bestaan van die zonnebrillen met gekleurde spiegelende glazen. Geel, blauw, groen, paars dat vloeiend in elkaar overloopt en glanst. In het stille water zie ik grote vissen met zo'n zonnebrillenhuid. Elke keer dat het zonlicht erop schijnt of als ze draaien verandert de kleur. Grote, platte vissen die door het water snijden en waarvan je de ingewanden kunt zien door hun doorschijnende huid. Slangachtige, lange platte vissen met groene strepen in de lengte. En vissen die op dolfijnen lijken, maar dan kleiner, platter en bruiner. Eigenlijk lijkt alleen hun lieve snoetje op een dolfijn. De spinachtigen zijn er ook in de vorm van stekelige, grote krabben. Ze leven tussen de stenen en ik zie ze bij toeval. Ze zijn fragiel opgebouwd met lichte poten met een geel uiteinde. Met hun voorpootjes bewegen ze voortdurend heen en weer over de steen, waarschijnlijk om eten te verzamelen. Ik weet niets van deze wereld maar ben er graag te gast. Op het laatst ga ik heel stil in het water liggen en kijk alleen maar naar de langs schietende vissen. Wat doen ze eigenlijk? Ze schrapen met hun bek soms voedsel van een steen maar in wezen doen ze niets. Ze bewegen mee met de stroom. Ze zijn. Ik voel me even een met de vissen en een nieuw woord komt op: vissenbewustzijn. Ik geloof dat er zelfs een boek over geschreven is, dus een nieuw woord is het waarschijnlijk niet. In dat bewustzijn hoef je niets, kun je volledig rusten in de openheid. Doen, zonder te doen. Aanwezig zijn. Handelen als de situatie erom vraagt.
Met dit inzicht dankzij de vissen, klim ik het water uit.

Ontmoeting met Ghandi in Bali




















De heilige grot Elephant's cave nabij Ubud ligt op verschillende hoogten. Met trappen daal ik af naar de tempel die wordt gebruikt voor ceremonies. Door een nauwe poort gedecoreerd met grote olifantskoppen, kom ik binnen in een kleine, behoorlijk donkere, vochtige ruimte. De zoete geur van wierook komt me tegemoet. Ik snuif het op. Als je niet van wierook houdt tijdens je reis, is Bali geen voor de hand liggende keuze. Bij het beeld staat heilig water en rookwolken zoete wierook vullen de benauwde ruimte.
De tempel ligt in een prachtige tuin met een symfonieorkest aan doordringende krekel- en vogelgeluiden. Als een grote zoem komt de stroom mijn oren binnen. Onder een prachtige boom met grote wortels boven de grond wil ik even gaan zitten om de sfeer in te drinken. Ik heb me bijna laten vallen als ik dikke rode mieren in colonne over de knoestige wortels zie lopen. Gauw een ander plekje gezocht bij de lotusvijver.

Man in lompen
Verder naar beneden de trappen afdalend, zie ik een oude, knokige man wenken. Gehuld in een vuile gele sarong met een oud vies wit bloesje en allemaal scheve bruine tanden in zijn mond, wankelt hij naar me toe. Hij heeft mooie, grote platte voeten. Hij wenkt nogmaals met zijn reumatische hand 'come'. Er is blijkbaar wat te zien. Ik moet even wat overwinnen maar volg hem toch de trap af naar een basin met water waar grote keien in liggen. Zo groot als hunnebedden. Over stapstenen loopt hij naar achteren de vochtige grot in en wijst dan met zijn kromme bruine vinger 'The buddha'. Dan zie ik het. De dikke logge steen is een afgebroken brokstuk van een beeld. Hij glimlacht al zijn rotte tanden bloot en zijn ogen beginnen te glimmen. 'Come.' Weer volg ik hem, maar nu de andere kant op. Ook hier ligt een groot stuk afgebroken beeld van de Buddha. Hij lacht en wipt wat op en neer op zijn mooie voeten. Ik ben de enige die hier is. Andere mensen volgen hem niet en denken waarschijnlijk 'ouwe gek'. Voor mij is deze man in lompen een soort Ghandifiguur. Hij geeft richting en een onverwachts cadeau. Ik bedank hem en geef hem wat rupia. Dan gaat Ghandi tevreden op een steen zitten met zijn rug tegen de rotswand. Gewoon in kleermakerszit, zo oud als hij is, zonder moeite in lotushouding. Dankbaar klim ik weer de trappen op naar boven na deze bijzondere ontmoeting bij de Buddha. 

Jouw Boek in de Bieb

De bibliotheek Utrecht is in het najaar van 2025 een prachtig initiatief gestart: Jouw boek in de Bieb. Ze eren daarmee alle schrijvers die ...