Posts tonen met het label els vegter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label els vegter. Alle posts tonen

Jouw Boek in de Bieb

De bibliotheek Utrecht is in het najaar van 2025 een prachtig initiatief gestart: Jouw boek in de Bieb. Ze eren daarmee alle schrijvers die ongepubliceerde boeken, afstudeerscripties, manuscripten of gedichten in de la hebben liggen. Schrijfsels die nooit zijn uitgegeven maar misschien wel de moeite waard zijn om te lezen door anderen. Ik voelde me gelijk aangesproken. In 20210 heb ik negen maanden geschreven aan een dagboek. In dat jaar was ik 50 geworden, een Sarah en schreef elke dag een column of impressie van mijn leven als moeder en kunstenaar. Na twee weken ontdekte ik Facebook en Twitter. Zo startte al snel mijn avontuur op social media met nieuwe vrienden, workshops, netwerkborrels en een nieuw leven online. Een parallel leven dat  toen nog sociaal, toegankelijk en gezellig was. Dit boek ligt nu vijftien jaar op de plank en geeft daarmee een prachtig tijdsbeeld van het jaar 2010 toen Wilders nog aan de zijlijn stond. 


Zo bracht ik op een dag in november mijn paarse boek Twitter, Kunst en Hagelslag naar de Bieb op het Neude. Ik tekende wat formulieren en liet het boek achter zodat het in januari 2026 zou kunnen worden uitgeleend. Kort daarop kreeg ik een verzoek. Zou ik willen praten over het boek in het radioprogramma van BNN Vara? Ja, leuk!


Donderdag 4 december was ik te gast in het programma De Nieuws BV. De redactie besteedt in het boekenprogramma aandacht aan het initiatief van Bibliotheek Utrecht 
Jouw Boek in de Bieb. Ik heb mijn boek Twitter, Kunst & Hagelslag uit 2010 aangemeld  - zie publicaties. Het boek is in dagboekvorm en gaat over mijn leven als 50-jarige kunstenaar en moeder van twee puberzoons die haar eerste schreden op social media zet. Negen maanden lang heb ik dagelijks geschreven en getwitterd. Daarover vertel ik in een interview aan tafel met twee andere auteurs en dichter Ellen Deckwitz tijdens de lunch tussen 12.30 en 13.00 uur op NPO I Radio met Stephan Komduur. Als toegift lees ik een passage voor over de laatste dag van het jaar en de obsessie van mijn puberzoons met vuurwerk. 


Heb jij ooit een boek geschreven of heb je nog een manuscript liggen? Als het niet officieel is uitgegeven, kun je het aanmelden bij de Bieb. Er zijn nog steeds inleverdata te vinden op de website zoals 29 december en 11 januari in Utrecht. Je kunt ook inleveren in Amsterdam, Amersfoort en Groningen.


De opening van Jouw Boek in de Bieb is zaterdagmiddag 24 januari 2026 voor genodigden in Bibliotheek Neude. Daarna zijn alle boeken en manuscripten (op de begane grond) te leen voor bezoekers. Weliswaar in witte papieren tassen omdat sommige boeken bestaan uit losse vellen of tekeningen. Aan de buitenkant van de tas hangt een aanbeveling van de schrijver. Mijn boek heb ik ingedeeld in de categorie Warm & Hoopgevend. Mocht je het lenen dan vind ik het leuk om je reactie te horen!

Verloren sleutels


Van mijn schoonmoeder leerde ik over de Heilige Antonius. Je kunt bidden tot deze patroonheilige uit de 12e eeuw als je iets kwijt bent of bent verloren. Zij bad regelmatig voor haar zoekgeraakte spullen en vaak met resultaat. In de loop der jaren
  ben ik deze gewoonte over gaan nemen. En ja, paspoort, sleutels, pasjes, fiets, het is allemaal weer bij mij terecht gekomen ‘in the end’.

De laatste keer zag het er echter bar en boos uit. Een heel etuitje met sleutels was uit mijn tas gewipt die achterop de fiets was gebonden met één snelbinder.

De tas stond half open met slechts een drukknoop in het midden. Ik twijfelde nog om het hoesje in mijn jaszak te doen, maar dat zat te krap.

Het hoesje is een souvenir uit Australië waar ik best gehecht aan ben. Bovendien was ik trots dat ik nooit mijn sleutels kwijt was. Daar zijn vaste plekken voor in huis die heilig zijn.


Alle verloren sleutels zijn van mijn atelier, een certificaatsleutel voor de achterdeur, twee voor het hek en eentje voor mijn atelierdeur en een toegangspasje voor de voordeur. De bewuste dag heb ik afgesproken met iemand die de Atelierroute had bezocht en twee kleine schilderijtjes komt ophalen.

Ik parkeer mijn fiets, zoek in mijn tas en grijp mis. Geen leren hoesje. Was het eruit gewipt of lag het nog vergeten binnen op tafel? Daar hoopte ik vurig op.


De vrouw kon ik in elk geval niet binnenlaten en zij reed onverrichterzake weer huiswaarts. Enige minuten stond ik flink te balen en ging toen weer op de fiets dezelfde weg terugrijdend, koortsachtig zoekend of ik het bruine hoesje zag liggen tussen de bruine herfstbladeren. Monnikenwerk. Ik riep Antonius nog een keer aan maar helaas bleef het stil. Thuisgekomen keek ik gelijk naar de lege tafel, nee er lag geen vergeten sleuteletui.

Nu had ik echt een probleem.


Ik spring nogmaals op de fiets en rijd de hele route weer terug tot aan de Rooie Brug. Ik bid koortsachtig, dit was zo vaak gelukt, waarom zou het nu niet lukken?

Ik speur en speur en kijk alle kanten op, ook op paaltjes en elektriciteitshuisjes want soms verplaatsen mensen gevonden voorwerpen. Maar nergens zie ik het leren hoesje opdoemen. Dag Australië, dag sleutels en teleurgesteld fiets ik terug naar huis.


Thuisgekomen vertel ik manlief van de verloren sleutels. Hij suggereert een mail te sturen aan de bewonersgroep. Het lijkt me weinig zinvol nadat ik langs drie buren was gefietst en daarna de wijk uit. Bij die buren had ik al extra goed op de stoep gekeken maar toen had ik nog geen hobbeltje gehad. Mijn analyse was dat de sleutels uit de tas waren gewipt bij een hobbel of stoepje of rails.

Toch maar de mail verstuurd en het sleutelhoesje en de gereden route uitgebreid beschreven. En passant vraag ik ook nog even of mensen op Facebook of Nextdoor zouden willen kijken als ze daar gebruiker van zijn. Op beide platforms ben ik niet meer aangesloten.


Nextdoor is een buurtapp waar van alles gedeeld wordt.

Ik heb er bar weinig vertrouwen in en besluit voordat we op vakantie gaan, nieuwe sleutels te bestellen bij mijn verhuurder. De certificaatsleutel is een bijzondere en dure sleutel waar je zo drie weken op moet wachten. Verder bestel ik er nog twee toegangspasjes bij en tik ruim honderd euro af.


Inmiddels zitten we op de Veluwe in een hotelletje. En daar, op een avond krijg ik een mailtje van een buurvrouw. Ze loopt vaak met de hond door de wijk en kent zodoende veel hondenbezitters. Zij was voor mij even op Nextdoor gaan kijken en zag daar een foto van een hoesje voorbij komen wat verdacht veel leek op het mijne. Het was gevonden op een bankje door iemand die met haar bordercollie de wijk uitliep de dijk op. Ze heeft het hoesje opgepakt en besloot het mee naar huis te nemen. Ze dacht dat het wel eens belangrijk kon zijn.


Lang verhaal kort. Ik bel haar, ze stelt nog een strikvraag maar het kan niet missen, het is mijn souvenir uit Australië met inhoud. Ik ben blij en had nog maar één zorg; hoe annuleer ik mijn sleutel-bestelling bij de verhuurder? 

Maar ook dat is gelukt. Rest mij nog éen ding; de Heilige Antonius heel hartelijk bedanken voor zijn hulp en ondersteuning. Ten slotte rijd ik de volgende dag op de fiets met twee aangekochte schilderijtjes onder mijn arm naar het huis van de vrouw om de kunst af te leveren.

Ben jij iets kwijt? Probeer het ook eens bij de heilige Antonius.


De verschrikkelijke jaren tachtig


De verschrikkelijke jaren tachtig is een hilarische serie met beelden van telefoons met hoorns aan draden, pakjes Tjolk, wokkelchips, de walkman, een pakkie shag, tuinbroeken, permanentjes en de Kindertelefoon die als een rode draad door de serie loopt. De grappen en grollen gaan samen met een droevige ondertoon die gaandeweg in de serie duidelijker wordt. Overigens is de commune niet alleen iets van de jaren '80. Ook nu is het een geliefde woonvorm. Jacob Derwig vertolkt het personage Bert. Hem kennen we als acteur (onlangs nog als minister president in BuZa) maar ook als winnaar van De Slimste Mens. Derwig heeft veel algemene kennis en is ooit begonnen op het gymnasium. Goed gemanierd, welbespraakt en met veel kennis van feiten. Daarom vind ik het zo leuk dat hij als acteur ook in de huid kruipt van een plat Amsterdamse Marius Milner in de serie Klem. In die serie slaat hij mensen op z’n bek, bedreigt, scheldt iedereen uit en neemt je mee het gewelddadige, criminele circuit in. 
Als acteur verkent hij het hele spectrum aan menselijke emoties en het bijbehorende gedrag. Ongefilterd het verdriet in, de woede, de vreugde en natuurlijk verliefdheid. Hoe vaak krijg je als mens de kans om zo diep in emoties te duiken? Voor de meesten van ons speelt aanpassen, fatsoen of moraal de hoofdrol waardoor we ons meestal allemaal netjes en fatsoenlijk gedragen en de ander niet kwetsen.

Derwig heeft daar net als andere acteurs geen last van. Na de serie Klem duikt hij nu in het personage van Bert uit de jaren tachtig woongroep. De serie is geschreven door Kim van Kooten die toevallig ook zijn vrouw is sinds jaren. In een interview vertelt Kim dat ze samen veel plezier hebben gehad in het maakproces. Dan had zij een scène geschreven en las die voor aan Jacob waarna ze beiden in een deuk lagen. Zoals de scène waar Bert over een van de kinderen wil plassen die in de brandnetels is gevallen. Zonder gêne haalt hij zijn lul uit zijn broek. Dit is dan wel een kunstpenis die van set naar set reist. Bert doet alles voor de groep maar ondertussen is hij wel de Bokito. Hij neukt buiten de groep maar de communevrouwen mogen dat niet. Heel jaren 80.
Zou je als mens beter af zijn als je al die menselijke emoties zonder gêne kunt verkennen? Dat vraag ik me wel eens af. Maar vooral: hoe is dat voor je organen en je hersenen? Je hart maakt geen onderscheid tussen echte kwaadheid en geacteerde woede. Je hartslag gaat omhoog, je bloeddruk gaat omhoog, je lijf staat stijf van de testosteron en je cortisol neemt af. Ook als je iemand uitscheldt, registreren hersenen negatieve energie en gedachten. Stress, angst, rennen voor je leven en krijsen, het is bepaald niet zen. Dat doet wat, lijkt me. Zou dat brein van acteurs niet teveel in de war raken? Hun hersenen en organen hebben voortdurend te maken met nepnieuws en heftige emoties die niet waar zijn. Zou dat invloed hebben op je relaties met mensen in het echte leven?

Nu is Jacob natuurlijk een bofkont met zijn vrouw Kim van Kooten. De vrouw met de mooiste, warmste en guitigste ogen die zelf ook een rol speelt in de serie. Zo lief hoe ze kleine Piet benadert. Die Piet wordt vertolkt door Rosa van Leeuwen en is prachtig om te zien. Met haar poppengezichtje kan ze heel stoïcijns kijken maar ook flink uithalen naar Bert. “Ik haat je!!!” schreeuwt ze hem toe meerdere keren achter elkaar. Een actrice in de dop die misschien wel zo groot als Monique vd Ven gaat worden. Ook bij zo’n klein meisje vraag ik me af; hoe werkt al die shit die ze meemaakt als klein, puur acteurtje door op haar hersenen? Haar hart? Prof-voetballers hebben een verhoogde kans op dementie door alle kopballen die ze jaren uitvoeren. Bij boksers die voortdurend rake klappen op hun hoofd krijgen, speelt dat ook. Je zou kunnen zeggen nevenschade. Zou er bij acteren naast het plezier van het uiten van emoties ook sprake van nevenschade kunnen zijn? Maar misschien is dit onderwerp taboe. Zouden ze op de Toneelschool daar inzicht in krijgen? Geen flauw idee. Misschien kan ik het Jacob eens vragen als ik hem ooit ontmoet. Dat zou voor mij een droomdag zijn. Een ochtend meelopen met Jacob Derwig tijdens een opnamedag. Even babbelen met kleine Piet. Dan samen lunchen met Jacob en Kim. In de middag een workshop scenarioschrijven volgen bij Kim van Kooten. Droom Groot zou Eva Jinek zeggen. Een fantastisch boek by the way. Nog drie afleveringen te gaan en zondagavond 27 maart is de zesde aflevering van de serie De verschrikkelijke jaren tachtig 21.15 uur bij de VPRO. Ik zit er klaar voor.



Lood kloppen














In deze tijden van lockdown is het een ongekende luxe dat ik een atelier heb waar ik kan schilderen. Zo hoef ik niet alle dagen thuis te zitten. Maar toegegeven, eigenlijk heb ik bar weinig geschilderd de laatste maanden. Daar zijn 100 redenen voor en soms is de reden heel banaal; ik heb geen zin. Nog banaler: ik heb geen schilderdoeken meer. Bij een groothandel bestel ik altijd een aantal tegelijk die dan voor de atelierdeuren met een vrachtwagen worden afgeleverd. Omdat het kwaliteitsdoeken zijn in aluminium frame en groot formaat, hangt er een behoorlijk prijskaartje aan. Zo kwam het beter uit de bestelling even uit te stellen. Daardoor liep ik weer eens door mijn oude collectie en schilderde sommige doeken over. Maar dat is moeilijker en minder vervullend als een nieuw doek. Ook werd ik uitgedaagd om op kleine doekjes te gaan schilderen want die had ik nog wel. Zo werkte ik verder aan mijn landschappelijke serie Classic Industrials met afbeeldingen van oude meesters op het formaat 30x30. Eind 2020 nam ik afscheid van mijn cursisten, stopte met het geven van schilderlessen en werd het angstvallig stil in de wereld en in mijzelf. Gelukkig braken de feestdagen aan die je vervolgens niet uitbundig mocht vieren. Toch zagen we nog wat familie en vrienden op gepaste afstand. Toen we nog enkele verjaardagen in het gezin hadden en een aanlokkelijke stapel boeken om te lezen, kwam ik steeds minder in het atelier. De belangrijkste reden was: de flow ontbrak. Ik stond aan de vooravond van een nieuwe serie. Dat heeft iets van moed verzamelen.

Inmiddels zijn de grote doeken gearriveerd. Dus die smoes kan ik niet meer gebruiken. Ik moet eraan geloven en stap op de fiets naar mijn atelier. Om te schilderen? Mis.
Eer ik aan het schilderen ben, moeten er eerst vele kopjes koffie met schuimende melk doorheen. Genieten, kijken, schrijven, lezen, lopen, radio luisteren, knippen, bladeren, mijmeren, opruimen, materiaal verzamelen, kratten doorspitten, eten, krant lezen om het moment suprême maar zo lang mogelijk uit te stellen. Als ik zou roken, zou er zo een pakje sigaretten doorheen gaan.
Dan, eindelijk leg ik de maagdelijk witte doeken op de werktafel. Niet op de ezel maar plat en meestal twee tegelijk. Als compositiekunstenaar en materialenvrouw begin ik met materiaal dat ik eindeloos heen en weer schuif op de doeken. Vaak maak ik wat foto's om de compositie alvast in het klein te zien op de smartphone. Het schilderen is ondergeschikt en ondersteunt de compositie.
Vandaag werk ik met lood. Uit een ladekast haal ik een oude tas vol loodflappen met een sticker erop. Het vermeldt het jaartal 2016 en de naam van een vriendin. Mijn handige man die huizen schildert en oplapt schenkt mij herhaaldelijk bouwafval en oud verweerd lood. Soms voor mijn verjaardag. Dit robuuste en verweerde lood van een oud jaren dertig huis ga ik gebruiken voor een nieuwe serie. Het lood is verfrommeld en gedeukt. Mooi van zichzelf. Om het ruwe materiaal op doek te kunnen verwerken moet het enigszins plat zijn en daarvoor heb ik een speciale, zachte hamer. Gekregen van manlief evenals de loodknipper die van pas komt in dit ontwerpproces want soms moet het lood een kopje kleiner.


Om een lang verhaal kort te maken.
Ik ga naar mijn atelier maar schilder niet.
Vandaag heb ik lood geklopt 
en op maat geknipt voor twee nieuwe doeken.
Organisch materiaal, roest en afbeeldingen 
van oude meesters 
 erbij gezocht.
Zo liggen de doeken op tafel te wachten 
voor de volgende stap.
Dat is plakken, daarna drogen.
Dan, heel voorzichtig komt de schilderfase.
Zo ontstaat als vanzelf de flow.
Als je mazzel hebt.
Afgewisseld met de worsteling.
Het hoort er allemaal bij.


De huiden van Fes


Ook Fes is een koningsstad. Op een of andere manier belanden we steeds weer in de medina, de soeks en de ambachten in plaats van bij de koninklijke paleizen. Meestal mag je de paleizen ook niet in of zoals een gids gevat opmerkte: ben je een vriend van de koning? Nee? Dan ga je toch ook niet op bezoek. Kortom je kunt wat in de paleistuinen dwalen maar meer niet. In de medina van Fes is het een drukte van belang. Kleine, nauwe steegjes met kraampjes vol vis, groente, noten of zilvergoed, leer (best mooie tassen ook met geitenhuiden) en bandjes en garens.Tussendoor lopen bepakte ezeltjes die hun koopwaar bij de kraam afleveren. Regelmatig springen we opzij als er weer een ezeldrijver aankomt met een volle, waggelende ezel. Buiten de medina wordt de koopwaar vanuit de auto op de ezels gehesen waarna het lastdier zijn tocht door de nauwe straatjes begint. 

We zijn op zoek naar de tannerie. De plek waar de dierenhuiden worden gewassen, geverfd en gelooid. Als we ook maar even zoekend rondkijken en stilstaan, staat er alweer een jongeman naast ons: "this way madam". We knikken vriendelijk en proberen de jongeman af te schudden. Het heeft iets dwingends de hele tijd zo'n jongen om je heen. Gelukkig laat hij ons na een paar minuten met rust en ontdekken we de tannerie in een deel van de stad waar ze flink aan het verbouwen zijn.
In een bruisende rivier worden de vachten gewassen. Het lijkt wel de middeleeuwen. Dat beeld wordt nog sterker als we bovenin een pand staan en naar beneden kijken op de tannerie. Vele baden en even zovele werkmannen. Ze bewegen de huiden in het water dat soms grijs en soms rood is. Met lieslaarzen aan en soms handschoenen wassen ze de huiden heen en weer. Zwaar werk. Overal hangen huiden te drogen. De baden kleuren rood met pigmenten. Het schijnt een vervuilende business te zijn. Vroeger werd chroom gebruikt dat zeer giftig is. De regels voor uitstoot en vervuiling zijn hier vast niet zo streng als in Nederland. Het is een fascinerend gezicht maar heeft ook iets triests. Waarom? Ik probeer te voelen wat het zo triest maakt en dan komt het woord omhoog: slavernij. Ja, daar doet het me aan denken. En dan te bedenken dat het nu nog lekker achttien graden is met een lekker zonnetje. Maar dit werk gaat elk seizoen door. Ook in de zomer als het veertig graden is. Ik moet er niet aan denken. We lopen terug naar beneden langs de mooiste leren producten: tassen, poefs, vachtjes. Het is de bedoeling dat toeristen wat kopen en zo wordt je ook opgewacht met een takje verse munt. Ongezien proberen we naar buiten te komen. We reizen slechts met handbagage en hebben geen plek voor mooie, grote leren tassen. Spijtig genoeg.

Een dag later willen we naar een ander stuk van de stad en naar de blauwe poort. We lopen naar de medina en zoeken de bordjes. Een klein jongetje spreekt ons aan en wijst gelijk de weg. Oh nee, niet weer een gids. Maar ja, hij is zo klein en hij spreekt bijzonder goed Engels. We raken aan de praat en eigenlijk is het wel een gezellig joch. Hij neemt ons mee naar de moskee met de veertien poorten. In de medina komen de houten deuren uit. Allen verschillend van houtsnijwerk en grootte en meestal gesloten. De hoofdpoort staat open voor mensen om te bidden. Wij mogen nooit naar binnen. Dat is wel een verschil met de boedhistische tempels of katholieke kerken die veel meer open zijn naar toeristen en niet-gelovigen. Dat vind ik jammer van deze godsdienst. Het jongetje dat Omar heet en zeven jaar is neemt ons mee naar een terras bovenin een huis. Via een trap met vele treden ingelegd met mozaïek komen we bovenin. Hier kijken we uit over de stad en op de moskee. We krijgen thee en koffie van de bewoner. Ik vraag Omar wat hij later wil worden. Hij tekent een ketting om zijn nek met een kaartje eraan. Het verwijst voor hem naar het beroep van officiële gids. Dat wil hij het liefst. Ik verbaas me over zijn jonge leeftijd. Hij is klein maar praat als een wijsneus van negen. Hij ziet gelijk dat ik een iPhone4 heb en wil graag op de foto.

Dan willen we wat spulletjes kopen en overleggen met Omar. Hij zegt 'ja, ja' en neemt ons verder en dieper de soeks in. Opeens is het niet meer leuk en proeven we zoals vaker een verborgen agenda. Even later staan we oog in oog met wat mannen die Omar lachend in de armen sluiten. Dit lijkt afgesproken werk. Waarschijnlijk krijgt Omar wat als hij toeristen aanbrengt. We zijn bij een tweede tannerie, we ruiken de geur van de huiden. Hier hebben we helemaal geen zin in want dat hebben we gister al gezien, bovendien dringt de tijd. We vliegen over een paar uur terug en willen nog wat shoppen. We lopen snel door en schudden Omar af. Dan maar geen fooi. Even later staat hij met een dikke grijns weer voor onze neus. We proberen nog eenmaal harde afspraken te maken. We willen naar de blauwe poort en die soeks uit. Op een gegeven moment worden al die steegjes en winkeltjes behoorlijk claustrofobisch. Omar wijst ons nog een keer de richting en we bedanken hem en betalen vijf euro. Hij weigert resoluut, zo jong als hij is. 'No, no'. Dit is veel te weinig. We doen er nog wat euro's bij en hij verdwijnt ongezien de soeks in. Omar wordt later vast een bevlogen en toegeweide gids die ook goed zijn prijs weet te maken.

Mylou Frencken met de Rouw Revue

Gister ben ik naar de Rouw Revue geweest in de Kleine Komedie in Amsterdam. Cabaretière Mylou Frencken stond samen met Pieter Tiddens op de planken en bracht humor en rouw tot een synthese in een wervelend programma van liedjes, sketches, ontboezemingen en anekdotes. Over loslaten, over wat het je kan brengen en over leven na de dood van een dierbare. 'Want hoe besta je na?' Ik wist niet wat ik verwachten moest maar vond het een spannende onderneming om Rouw en Revue te combineren. Vanwege mijn eigen workshops rouw en verlies die ik geef met Beate Matznetter ben ik geïnteresseerd in dit thema. Rouw hoeft niet altijd zwaar te zijn en is zeer persoonlijk. Dat blijkt ook uit het verhaal van Mylou die haar man Bert Klunder acht jaar geleden verloor. Zij noemt rouwen een ziekte omdat je volledig uit je doen bent. Haar advies; 'Je moet goed uitzieken anders wordt het chronisch'. Het komische duo betrekt op allerlei manieren het publiek bij hun verhaal en dat lukt best goed in de Kleine Komedie. De Amsterdammers willen wel. De zaal gaat helemaal los als de tranentrekkers uit de Uitvaarten-top 10 van stal worden gehaald. Een swingende medley volgt. 'Waarheen, waarvoor', 'Kumbaya my lord', 'We'll meet again' (draaien ze dat??) en 'De vlieger' van Andre Hazes. Als Pieter Tiddens een mooie performance weggeeft van de blinde Andrea Bocelli, angstvallig tegengehouden door Mylou zodat de man niet van het podium dondert, ligt de zaal plat.
Goedbedoelde adviezen? Daar zit een rouwende niet op te wachten. 'Na regen komt zonneschijn' of 'ga eens een tantracursus doen' of nog erger, doe eens gek en 'ga naar bed met je rouwtherapeut.' Weg ermee.

All inclusive
Kortom; gelachen werd er genoeg. Interessanter vond ik de momenten waar Mylou met de billen bloot ging. De intieme verhalen waarin ze vertelt waar ze spijt van heeft. Spijt dat Bert niet thuis heeft gelegen ('Dat vond m'n dochter eng') spijt dat ze hem zelf niet gewassen heeft ('ik durfde het niet'). Het zijn kleine pareltjes die raken maar waar zo weer overheen gepraat wordt. Was het nog te kwetsbaar? Ja, dat miste ik; de stilte, de verdieping. De momenten van inkeer, tijd om de herkenning te laten binnenkomen. Misschien is het een brug te ver voor een theatervoorstelling. De hele show was best vlug en daardoor ook vluchtig. Daarentegen is Mylou ontwapenend eerlijk als ze terugblikt op haar relatie met Bert. 'Hoe kwam het dat ik steeds meer bitter werd in die relatie?' Bert blijkt een dominante, niet al te makkelijke man. Als hij naar Turkije wilde met een 'all inclusieve', dan gebeurde dat. Ook al schreeuwde alles in Mylou: NEEEE. Toch zaten ze een week later bij dat zwembad aan de Turkse kust. Nee roepen en ja doen. Veel vrouwen schikken zich in dat lot en zo houdt ze ons een spiegel voor om voor jezelf op te komen in een relatie. Voordat het te laat is. In een interview met de Volkskrant noemt ze het wrang dat zij pas tot bloei gekomen is na Bert's dood.
Het wordt ook duidelijk dat rouw niet afgelopen is na een jaar. Ok, alle feestdagen heb je gehad. Maar dan begint het doorleven opnieuw met kleine variaties. Zoals de kinderen die met Sint Maarten aan de deur komen en een jaar later heel lief zeggen; 'we hebben extra mooi voor je gezongen omdat je man dood is'. Troost is soms dodelijk. Troost als kurk om het verdriet te laten stoppen. De sussende troost. Laat een rouwende tranen met tuiten huilen net zolang hij of zij daar behoefte aan heeft.

Dans van het leven
Het was bevrijdend om met elkaar te lachen om de dood en alles wat erbij komt kijken. Rouw en Revue kunnen prima samen, zo blijkt. Het mooiste moment van de avond wat mij het meest raakte, was het slot. Mooi omdat het me ontroerde en ik de tranen voelde prikken. Mylou heeft een mooie dansjurk aan en danst nog een keer met de man op het podium. 'Bert kon niet dansen'. Ze zwieren samen over de planken, de witte jurk wappert, waait en volgt de vloeiende dansbewegingen. Als Pieter haar loslaat, danst Mylou verder op de muziek uit de oude doos. Ze danst, is blij, reikt uit en zwiert. Ze is met zichzelf, in zichzelf. De symboliek hiervan vond ik prachtig. Dit is niet anders dan haar dans van het leven. Een dans die iedereen alleen moet maken. De lichten doven heel langzaam maar de dans gaat door en door en door.
___________

Rouw Revue met Mylou Frencken en Pieter Tiddens, nog te zien t/m 10 februari 2015 in diverse kleine theaters.
Workshop rouw en verlies, zaterdag 29 november met Els Vegter en Beate Matznetter in atelier Concordia, Utrecht.

Het leven als spel




Op een avond in de krokusvakantie tijdens onze zoonloze week, kropen mijn lief en ik achter de iMac voor de meeslepende film La Vita `e Bella. Een prachtige Italiaanse film die speelt rond de oorlogsjaren. De opening is het romantische liefdesverhaal tussen Oscar en Dora. De humor en speelsheid van Oscar zijn hartverwarmend. Zijn geliefde wordt hem letterlijk in de schoot geworpen in een hooiberg en hij noemt haar keer op keer 'mijn liefste prinses'. In het Italiaans klinkt dat honderd keer opwindender. Oscar is een levenskunstenaar die van elke tegenslag een uitdaging maakt. Zo maakt hij zijn leven vol ervaringen tot een spel, waarin helaas soms vals gespeeld wordt maar dat lijkt hem niet te hinderen. Als de oorlog uitbreekt en hij als jood wordt gedeporteerd met zijn zoontje, blijft hij geloven in de kracht van de verbeelding. Zelfs als hij gescheiden wordt van zijn grote liefde, laat hij zich niet uit het veld slaan. Hij spiegelt zijn zoontje een groot spel voor, met strenge regels van de bewakers maar ook met fantastische prijzen. Een aangrijpend maar ook komisch moment in de film is zijn vertaling van de Duitse commandant die de gevangenen hun plichten toeblaft. Hij vertaalt het voor zijn kameraden en voor zijn zoontje met een kwinkslag; hij verstaat niet eens Duits. Hij verzint zijn eigen regels en voert een show op met Italiaans temperament en zijn zoontje gaat mee in de fantasie. Zo wisselen indringende beelden van barakken, gestreepte pyama's en indoctrinatie af met lichte, humoristische en ontroerende scènes. Dit kleine jongetje lijkt te ontkomen aan de dood en aan een trauma door de levenskunst van zijn vader die daarvoor een groot offer brengt. Voor iemand die zo het leven leeft, de speelsheid kan vasthouden zelfs in oorlogstijd, heb ik grote bewondering. Deze ontroerende film is een must-see.
Heel vreemd was het om de volgende dag in de Kunsthal van Rotterdam te lopen en alles tastbaar uitgestald te zien in de tentoonstelling De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen. De gestreepte pyjama werd tastbare werkelijkheid evenals de gasvrije kinderwagen met dichtgeschroefd glas van prinses Juliana, de knikkers van Anne Frank, de fietsen met houten banden en de gele lap met talloze sterren waarin een sierlijke J gekalligragfeerd is. Hoe wrang om die J zo mooi mogelijk te tekenen midden op die stigmatiserende ster. De gele jodenster die Oscar en Dora droegen in de film, ligt hier nu realisitsch in een vitrine. Ook de grote tank van de bevrijders die in de film La Vita `e Bella een prominente rol speelt, is aanwezig op de statig zwarte presentatieblokken in de Kunsthal. Deze tentoonstelling is waardig en ingetogen vorm gegeven en een must-see voor iedereen die de oorlog tastbaar wil beleven. Eigenlijk loop je weer even door de film. De tentoonstelling in de Kunsthal is nog te zien t/m 5 mei.

Wat mij raakte in het Rijks


Image
De eregalerij, Rembrandt, Van Gogh, de moderne kunst vanaf 1900; ik heb het allemaal bewonderd in het Rijksmuseum. Wat mij echt raakte was de fototentoonstelling van Henk Wildschut waar ik min of meer toevallig tegenaan liep. Indrukwekkende foto's die door je ziel snijden zoals een lopende band met zachte, gele kuikentjes, die zo van de lopende band donderen met de pootjes nog in de lucht, de vleugeltjes angstvallig gespreid. Het onderschrift bij de foto luidt: Halffabrikaat. Een zielig kalfje poseert met als titel: 119 kg. De tijd dat koeien namen als Bertha kregen, ligt ver achter ons. De fokstier die vastgeketend staat en er alleen is voor zaadproductie met als sobere titel: Zaad. De onmetelijke vlakte aan bruine kippen, in rekken gepropt en scharrelend, elkaar verdrukkend over een betonnen vloer. De titel luidt: 2.400 m2. De idylle van moestuintjes en kleinschalig kipjes houden wordt hiermee om zeep geholpen. Export van dieren en voedsel is big business. Die zeven miljard mensen op aarde moet gevoed worden en Nederland draagt daar als tweede grootste exportland op deze manier aan bij. Je zou er spontaan vegetarisch van worden. Het fotoproject blijkt een opdracht te zijn van het Rijksmuseum in samenspraak met NRC Handelsblad. Wildschut fotografeerde voor Document Nederland Ons dagelijks brood en bracht de Nederlandse voedselproductie van groenten, fruit, vlees, melk, vis en eieren in beeld. Zelf zegt hij daarover: "Alles in ons voedselproces is gerelateerd aan economie, efficiency en rendement. Ik begon deze opdracht met het idee dat er van alles mis is met ons voedselsysteem. Ik ben daar veel genuanceerder over gaan denken. Grootschaligheid leidt ook tot innovatie, energiebesparing, betere controle op de kwaliteit van onze voeding en zelfs meer dierenwelzijn.' De tentoonstelling is nog te zien t/m 7 januari in het Rijksmuseum Amsterdam. Benieuwd wie de opdracht voor 2014 krijgt.

Verwoest huis Bloemhof


De architectonische installatie Verwoest Huis Bloemhof  in Rotterdam heeft Marjan Teeuwen gerealiseerd in samenwerking met een aannemer en een groep studenten; de huizen zijn eerst gestript, toen zijn er gaten gehakt in muren en vloeren, vloeren zijn geknakt en scheef gezet en het portiek is er over drie verdiepingen uitgesloopt. Er is door de aannemer ook nieuwe constructie aangebracht om de huizen veilig te houden. Toch blijft het een wankele en stoffige bedoening daar aan de Putsebocht. Teeuwen zoekt in haar werk een balans tussen opbouw en verwoesting, tussen orde en chaos, vallen en staan. De polariteit tussen die uitersten is een belangrijk thema in haar werk. Op de bovenste twee verdiepingen staan alle muren scheef, evenals de plafonds en vloeren; het wankele evenwicht dat je als kijker bij binnenkomst in het bouwval bekruipt, wordt ruimschoots bevestigd. Elk moment kan het huis instorten, lijkt het. De bouwmaterialen zijn afkomstig uit de panden zelf, een aantal materialen komt van de recycling en gaat daar ook weer naar terug. Het mooie in deze installatie vind ik de spiegeling. De onder- en benedenwoning zijn gespiegeld aan de andere kant. De trap loopt daar als middenlijn tussenin. Een trap die halverwege stopt in het rechter pand en doorloopt in het linkerpand. Je bekijkt de installatie dus voortdurend vanuit het linkerpand. Hier zijn de meeste ruimtes in tact gelaten. Toch zijn hier ook ingrepen gedaan, alle wanden zijn voorzien van rotzooi-stapelingen; rommelig en chaotisch. Stenen, stro, plastic buizen, houten planken, schrootjes, karton en Gammadozen zijn tussen de steunbalken gepropt. Alles wat verscholen zit achter doorgaans witte muren wordt zichtbaar. In de bovenste kamer is alles keurig aangeveegd behalve een berg bouwafval in de hoek. De piepkleine badkamer op de derde verdieping ligt er troosteloos en viezig bij, de kinderkamer vertoont nog sporen van Disney-behang. In deze ruimtes is nauwelijks ingegrepen en juist daarom zijn het beelden die mij ontroeren. Sporen van vervlogen tijden die verwijzen naar bewoners met jonge kinderen die hier ooit aan de Putsebocht gewoond hebben.
Maar eigenlijk gaat het werk over de rechterhelft. Daar heeft de kunstenaar zich uitgeleefd en gestapeld als een beeldhouwer. Muren zijn opnieuw opgebouwd met platen fermacell, gips en pvc. Alles is netjes geordend en gecomponeerd als een ritmisch muziekstuk. Meer lezen? Het hele artikel verschijnt eind september in Beelden. Verwoest Huis Bloemhof, een architectonische installatie, Putsebocht 58-60, Rotterdam.www.kw14.nl Open op 2 september, 7 en 14 oktober, 4 november, 2 december. In 2013 op 6 januari en 10 februari.

Pubers & idealen

Vandaag blijft er een vriend van Justus mee eten. Ze gaan samen naar de atletiek. Een gezellige jongen met een hoofd vol krullen. Wat Justus te weinig zegt, maakt hij meer dan goed. Je kunt een leuk gesprek met hem voeren. Hij vraagt ook altijd heel belangstellend: hoe gaat het ermee? Of hij zegt ‘lekkere salade is dit.’ Hij kan echt converseren zodat de tafelgesprekken een stuk dynamischer worden. Je kunt trouwens ook erg met hem lachen. Vandaag zegt hij aan de gedekte tafel: ‘Ik ben geen vegetariër meer.’ Ik schrik ervan ‘komt dat door ons?’ We kunnen nogal eens relativeren of wat pesterig uit de hoek komen als het gaat om ethische kwesties. Wat dat betreft zijn wij zo pragmatisch als de pest en passen Beer en ik heel goed bij elkaar. Beer heeft zijn idealen ruimschoots uitgeleefd in zijn twenties: van macrobiotische kookkampen tot meditatieve sektes. Ik ben vol ethiek in de kerk begonnen, langzaam afgedwaald en via de dogma’s van conservatieve fundamentalisten, linkse bewegingen en anarchistische milieuactivisten uitgekomen bij een prettige vorm van relativering en nuancering. Het liefst sta ik aan de zijlijn van welke beweging dan ook.  Nieuwsgierig genoeg om alles te onderzoeken en te leren kennen, maar ver genoeg weg om mij te vereenzelvigen met een groep. Daarvoor heb ik te lang sociologie gestudeerd in mijn jonge jaren. Ja, jonge jaren.  Dat kan ik nu zeggen want dat is dertig jaar geleden inmiddels. Maar goed, ik wil een jonge knul van veertien niet gelijk van zijn idealen beroven. Toevallig eten we wok-tofu of iets dergelijks en met een mond vol sla en tomaat zegt hij dat wij niets met zijn nieuwe levensstijl te maken hebben. Waarom dan? ‘Nou gewoon, ik was er klaar mee.’ Zo’n heerlijk recht-toe-recht-aan-antwoord van een puber. Hij was de enige vegetariër in een gezin van vier dus voor zijn moeder is het wel zo makkelijk. Overigens zijn wij geen grote vleeseters. Nooit geweest ook. Sinds we weten dat omega3 zo goed is voor van alles en nog wat (stemmingen, humeur, geheugen, concentratie huid) eten we elke week makreel, zalm en haring. Dan nog een keer gehakt, kip of een eitje en dan is de week wel weer om.                 

Jouw Boek in de Bieb

De bibliotheek Utrecht is in het najaar van 2025 een prachtig initiatief gestart: Jouw boek in de Bieb. Ze eren daarmee alle schrijvers die ...