Happinez

Tijdens mijn ochtendwandeling door de polder zie ik opeens vlaggetjes wapperen bij Fort Voordorp. Wat leuk, ze hebben het versierd. Totdat ik steeds meer vlaggetjes zie en witte tenten en mensen, veel mensen terwijl het hier altijd rustig is. Dan herinner ik het me weer: het Happinez Festival gaat vandaag van start. Fort Voordorp, een toplocatie in het groen omgetoverd in een spiritueel walhalla met fleurige slingers en vlaggetjes. Stiekem sluip ik binnen en pak een programmaboekje mee. Het is nog rustig, voor tien uur. Alleen de workshopmensen en de organisatiecrew loopt regelend rond. Ik bewonder de prachtige decoraties. Overal beelden en versieringen, zelfs de bomen hebben glanzende paarse met goud geborduurde Indiase lappen omgewikkeld. In kleine tipi-tentjes zitten vrouwen in kleermakerszit met een tarotspel tussen hen in, de laatste nieuwtjes uit te wisselen. De mobiel ligt naast hun opgevouwen knieën. Een tent met Dr. Hauschkaproducten, aurahealing, Weleda, spirituele lifestyleboeken, biologische hapjes, chakrameditatie, yoga, veel yoga en opeens ben ik vijfentwintig jaar terug. Het waren de jaren negentig en ik had mijn tweede baan als journalist bij een spiritueel maandblad over bewustwording. Panacea was eigenlijk het oudere zusje van Happinez. Het magazine was zijn tijd ver vooruit maar heeft het toen niet gered. Dat gaat ook niet lukken met zo'n naam natuurlijk. Bovendien organiseerden ze niet van dit soort kleurrijke, swingende festivals. Je had alleen de Onkruidbeurs. In 1993 ging Panacea op de fles en stond ik op straat. Dat was het begin van mijn loopbaan als zelfstandig ondernemer. Er kan pas iets nieuws ontstaan als het oude is afgestorven om er maar eens een spirituele wet in te gooien. Zo wandel ik verder tussen de blije kraampjes met lachende mensen. Er is een veelheid aan koffietentjes, barista's en bars met smoothies en gezonde hapjes. Wat ooit gezweef werd genoemd en voorbehouden was aan de happy few is nu mainstream geworden. Het Happinez festival is de spirituele incarnatie van de Libellezomerweek. De vrouwen beginnen het bruggetje naar het fort toe over te stromen. Sommigen op hun paasbest met lippenstift op, anderen naturel in wijde Ibiza-jurken. Tegen de stroom in baan ik mij een weg naar buiten, terug de polder in richting Voordorpse dijk. Naar huis, naar mijn eigen koffie. De koeien loeien en een file van carpoolende dames staat op de dijk. De eerste auto stopt, het raampje gaat open; 'Is hier het Happinez Festival?' Ja, zo om de bocht, je ziet de slingers vanzelf. 'Oh, dus daar is het?' Ja, aan het einde van de weg en verderop kun je geloof ik parkeren. 'Maar het is daar?' Ja, daar is het echt. De slang van auto's zet zich traag in beweging op weg naar het groene gras.

Schilderen vanuit het Keltisch dierenorakel

In mijn atelier ligt het Keltisch dierenorakel, een boek met kaarten waarop dieren staan. Af en toe pak ik wel eens een kaart. Als ik met een kwestie zit of inspiratie nodig heb. Toen ik bezig was met het najaarsaanbod van schilderlessen en workshops, zat ik te mijmeren over welke kant ik op wilde. Wat inspireert mij? Wat geeft me voldoening in het schilderen? Ik besloot een kaart te trekken en spreidde alle kaarten uit over de blauwe doek die bij het orakel hoort. Ik sloot mijn ogen en mijn hand bewoog naar een kaart links. Een spannend moment, welk dier gaat mij wat vertellen? Het was de zalm. Voor de Kelten is de zalm het oudste dier. Hij staat voor wijsheid, inspiratie en verjonging. Het resoneerde met mijn verlangen om de diepte in te gaan. Mensen inspireren, bij zichzelf laten komen en het creatieve stimuleren. Wijsheid en creativiteit zitten in ieder mens volgens mij. En verjonging, hoe leuk is dat voor een 50plus-vrouw? Hoe meer je creativiteit laat stromen, hoe jonger je je voelt. Jong heeft ook te maken met jong van geest en speels. Ja, doe eens gek of stap uit je patronen. Als jongste dochter in een gezin van zeven, voel ik me nog regelmatig jong en maak ik makkelijk contact met het speelse en het gekke in mezelf en de wereld om me heen. Dat gun ik iedereen. In het atelier heb ik al een proefrondje gedraaid met  dit Keltisch orakel onder cursisten van het inloopatelier. Dat smaakte naar meer. Er werd veel gelachen en verbazing alom. Deze kaart voor mij? Mensen schrikken soms van een kaart. Ze zijn blij met een witte zwaan, maar slikken bij het beeld van een zwarte raaf of slang. Het Keltisch dierenorakel laat echter zien dat ook een slang zijn kwaliteiten heeft. De slang die zijn huid afgooit, staat voor vernieuwing en transformatie. Dit dier heeft een helende werking en leert je om het oude los te laten. Hoe mooi is dat? 
De kaart van de zalm heeft me het zetje gegeven om de sprong in het diepe te wagen en een nieuwe cursus schilderen aan te bieden; schilderen vanuit het Keltisch dierenorakel. We zullen ook op papier werken. Deze cursus gaat over inspireren, nieuwe inzichten en oude wijsheid. Ik heb er heel veel zin in. De groep staat open voor iedereen die dit avontuur aandurft. Je laat je verrassen door een kaart en het dier dat erop staat. Een zwierige zwaan, een zwarte kraai of een hippende kikker. Ze hebben je allemaal wat te vertellen. Het zegt vaak iets over waar je nu bent en kan je helpen en inspireren in het schilderproces. Meedoen? Geef je op voor zaterdag 17 oktober.  Kijk hier voor praktische info en data.

Wat is jouw droom?


Mijn zoons van 16 en 17 jaar hebben een droom om later een groot koophuis te hebben en een snelle auto. Soms fantaseren ze er ook nog een jacuzzi bij en een lieve vrouw. Zaken die ze nu ontberen... Tja, er is toch wat mis gegaan in die opvoeding van ons. Alle museumbezoekjes en kampeerweekenden in het bos ten spijt. Soms vragen wij nederig of we dan in een klein schuurtje in hun backyard mogen wonen. Je weet het maar nooit met al die bezuinigingen op de ouderenzorg. Wick en ik behoren inmiddels tot de 55plusgeneratie. We hebben al met een interview in Plusmagazine gestaan. De generaties schuiven op. 'Als ik later groot ben, ga ik reizen' is opeens actueel geworden. De tijd is gekomen om dromen te verwezenlijken. De kinderen (bijna) de deur uit en het werk is klaar of zit in een afrondende fase.

Dit weekend is er een nieuwe website voor al onze dromen de lucht ingegaan; www.hoosz.nl
Op een Utrechtse hippe locatie proostten we met een glas bubbels met de initiatiefnemers Peter van Aarnhem en Rein de Vries op Hoosz. Samen hebben zij een platform gemaakt waarop alle dromen verzameld kunnen worden. De website is duidelijk verdeeld in droomsoorten: creatie, wonen, recreatie, idealen en kenniskapitaal. Heb je altijd al met meerdere mensen samen willen wonen? Wil je graag samen een moestuin aanleggen? Of ga je eindelijk die reis om de wereld maken? Hoosz helpt je om jouw droom te realiseren en verbindt mensen. Maar er is ook plek voor dromen in wording of mensen die nog niet zo'n duidelijke droom hebben. Het gaat om uitwisseling en ontmoeting, er is zelfs een Hoosz-café. Op de website staat duidelijk vermeld hoe je deel kunt gaan uitmaken van deze nieuwe community die mensen van 55plus met elkaar in contact brengt. Om je droom waar te maken.

En ik? Ik zou wel met een camper door Europa willen gaan trekken over een jaar of twee...en daarna de USA. Grote vraag is of manlief mee wil...


Tussen vrijheid en controle



Steeds meer oude fraaie gebouwen krijgen tegenwoordig een herbestemming. Zo werk ik zelf in een voormalig NS-gebouw aan het Utrechtse spoor met andere kunstenaars en creatieven. Maar wat te denken van een gevangenis met 116 cellen? Kunstliefde is de uitdaging aangegaan en heeft deze plek geannexeerd voor een unieke tentoonstelling ‘Onder controle’ van Utrecht Down Under. Kunstenaars reageren met hun werk op het thema ‘controle’. Er zijn installaties, performances, videowerken, tekeningen, beelden en enkele schilderijen te zien. Een impressie van de kunstenaars vind je op mijn blog Huidlandschappen.
Het is fascinerend om door dit pand met deze bijzondere geschiedenis te dwalen. Een beetje creepy ook. De afgesloten en kleine celblokken geven je vanzelf een gevoel van beklemming. Je ziet de kleine wc’s van rvs in de hoek van de ruimte. Ze zien er vies uit. Op sommige muren staan de aftelstreepjes met balpen nog op de muur. In een andere ruimte lees ik de teksten van gevangenen ‘Ik ben eruit, nu zit jij hier’. Die entourage geeft de hele tentoonstelling een macaber tintje. Er valt weinig te lachen maar veel te ontdekken in dit rijksmonument waar ooit Herman Brood en Simon Vinkenoog nog opgesloten hebben gezeten.
Indrukwekkend is de grote tekening van Robbie Cornelissen, een van de kunstenaars. Niet alleen minutieus getekend op dit grote imponerende formaat, maar ook een angstaanjagend en huiveringwekkend beeld. Het roept gedachten en fantasieën op van opsluiting, marteling, executie en totale isolatie. Als ik ergens bang voor ben is het wel de inperking van menselijke vrijheid. Charlie Hebdo ligt nog vers in het geheugen.
De maand mei is bij uitstek de maand om hierbij stil te staan. We herdenken de bevrijding van 70 jaar geleden en de vrijheid die velen nog steeds moeten bevechten. Dan kan ik mij dankbaar voelen om te mogen leven in dit land, in deze stad. Waar ik kan zeggen wat ik wil, kan schrijven wat ik denk, kan doen wat ik verlang en erbij kan lopen zoals ik zelf mooi vind. Iets om dankbaar voor te zijn. Want het kan zo maar weg zijn. Vervlogen.

De tentoonstelling 'Onder Controle' is nog t/m 31 mei te zien in de voormalige Utrechtse gevangenis aan het Wolvenplein.

De huiden van Fes


Ook Fes is een koningsstad. Op een of andere manier belanden we steeds weer in de medina, de soeks en de ambachten in plaats van bij de koninklijke paleizen. Meestal mag je de paleizen ook niet in of zoals een gids gevat opmerkte: ben je een vriend van de koning? Nee? Dan ga je toch ook niet op bezoek. Kortom je kunt wat in de paleistuinen dwalen maar meer niet. In de medina van Fes is het een drukte van belang. Kleine, nauwe steegjes met kraampjes vol vis, groente, noten of zilvergoed, leer (best mooie tassen ook met geitenhuiden) en bandjes en garens.Tussendoor lopen bepakte ezeltjes die hun koopwaar bij de kraam afleveren. Regelmatig springen we opzij als er weer een ezeldrijver aankomt met een volle, waggelende ezel. Buiten de medina wordt de koopwaar vanuit de auto op de ezels gehesen waarna het lastdier zijn tocht door de nauwe straatjes begint. 

We zijn op zoek naar de tannerie. De plek waar de dierenhuiden worden gewassen, geverfd en gelooid. Als we ook maar even zoekend rondkijken en stilstaan, staat er alweer een jongeman naast ons: "this way madam". We knikken vriendelijk en proberen de jongeman af te schudden. Het heeft iets dwingends de hele tijd zo'n jongen om je heen. Gelukkig laat hij ons na een paar minuten met rust en ontdekken we de tannerie in een deel van de stad waar ze flink aan het verbouwen zijn.
In een bruisende rivier worden de vachten gewassen. Het lijkt wel de middeleeuwen. Dat beeld wordt nog sterker als we bovenin een pand staan en naar beneden kijken op de tannerie. Vele baden en even zovele werkmannen. Ze bewegen de huiden in het water dat soms grijs en soms rood is. Met lieslaarzen aan en soms handschoenen wassen ze de huiden heen en weer. Zwaar werk. Overal hangen huiden te drogen. De baden kleuren rood met pigmenten. Het schijnt een vervuilende business te zijn. Vroeger werd chroom gebruikt dat zeer giftig is. De regels voor uitstoot en vervuiling zijn hier vast niet zo streng als in Nederland. Het is een fascinerend gezicht maar heeft ook iets triests. Waarom? Ik probeer te voelen wat het zo triest maakt en dan komt het woord omhoog: slavernij. Ja, daar doet het me aan denken. En dan te bedenken dat het nu nog lekker achttien graden is met een lekker zonnetje. Maar dit werk gaat elk seizoen door. Ook in de zomer als het veertig graden is. Ik moet er niet aan denken. We lopen terug naar beneden langs de mooiste leren producten: tassen, poefs, vachtjes. Het is de bedoeling dat toeristen wat kopen en zo wordt je ook opgewacht met een takje verse munt. Ongezien proberen we naar buiten te komen. We reizen slechts met handbagage en hebben geen plek voor mooie, grote leren tassen. Spijtig genoeg.

Een dag later willen we naar een ander stuk van de stad en naar de blauwe poort. We lopen naar de medina en zoeken de bordjes. Een klein jongetje spreekt ons aan en wijst gelijk de weg. Oh nee, niet weer een gids. Maar ja, hij is zo klein en hij spreekt bijzonder goed Engels. We raken aan de praat en eigenlijk is het wel een gezellig joch. Hij neemt ons mee naar de moskee met de veertien poorten. In de medina komen de houten deuren uit. Allen verschillend van houtsnijwerk en grootte en meestal gesloten. De hoofdpoort staat open voor mensen om te bidden. Wij mogen nooit naar binnen. Dat is wel een verschil met de boedhistische tempels of katholieke kerken die veel meer open zijn naar toeristen en niet-gelovigen. Dat vind ik jammer van deze godsdienst. Het jongetje dat Omar heet en zeven jaar is neemt ons mee naar een terras bovenin een huis. Via een trap met vele treden ingelegd met mozaïek komen we bovenin. Hier kijken we uit over de stad en op de moskee. We krijgen thee en koffie van de bewoner. Ik vraag Omar wat hij later wil worden. Hij tekent een ketting om zijn nek met een kaartje eraan. Het verwijst voor hem naar het beroep van officiële gids. Dat wil hij het liefst. Ik verbaas me over zijn jonge leeftijd. Hij is klein maar praat als een wijsneus van negen. Hij ziet gelijk dat ik een iPhone4 heb en wil graag op de foto.

Dan willen we wat spulletjes kopen en overleggen met Omar. Hij zegt 'ja, ja' en neemt ons verder en dieper de soeks in. Opeens is het niet meer leuk en proeven we zoals vaker een verborgen agenda. Even later staan we oog in oog met wat mannen die Omar lachend in de armen sluiten. Dit lijkt afgesproken werk. Waarschijnlijk krijgt Omar wat als hij toeristen aanbrengt. We zijn bij een tweede tannerie, we ruiken de geur van de huiden. Hier hebben we helemaal geen zin in want dat hebben we gister al gezien, bovendien dringt de tijd. We vliegen over een paar uur terug en willen nog wat shoppen. We lopen snel door en schudden Omar af. Dan maar geen fooi. Even later staat hij met een dikke grijns weer voor onze neus. We proberen nog eenmaal harde afspraken te maken. We willen naar de blauwe poort en die soeks uit. Op een gegeven moment worden al die steegjes en winkeltjes behoorlijk claustrofobisch. Omar wijst ons nog een keer de richting en we bedanken hem en betalen vijf euro. Hij weigert resoluut, zo jong als hij is. 'No, no'. Dit is veel te weinig. We doen er nog wat euro's bij en hij verdwijnt ongezien de soeks in. Omar wordt later vast een bevlogen en toegeweide gids die ook goed zijn prijs weet te maken.

De graven van Rabat


Rabat is de koningsstad aan de westkust. Na de drukte van Marrakech is frisse zeelucht een verademing. We lopen onze kleurrijke Riad uit, dit keer gerund door een moderne jongeman die goed Engels spreekt, en bereiken door een poortje het strand. Wat we daar zien beneemt ons de adem. Duizenden graven en grafstenen, bedekt met groen en soms bloemen, reikend tot aan de oceaan. Hier hebben de inwoners van Rabat hun laatste rustplaats. Met hun hoofd begraven naar Mekka. Aarzelend lopen we het pad naar beneden, zo in de armen van een praatgrage jongeman. Hij vertelt ons het een en ander over deze bijzondere begraafplaats en loodst ons mee het kerkhof door. Hij loopt en loopt en praat en praat. Engels, Frans, Italiaans, hij spreekt zijn talen. Uiteindelijk belanden we in de Kashba met huisjes uit de middeleeuwen. Alle huizen zijn wit en blauw geschilderd en de straten zijn proper en goed schoon geveegd. Hier en daar een bloempot met een cactus. Dit is de oudste kashba. Aan de andere kant van Rabat is de kashba in de medina met de winkeltjes en de restaurantjes. Hier is het stil en vredig ware het niet dat we aan de leiband van de gids lopen. Want dat blijkt hij te zijn en even later vraagt hij zijn gage. Opeens is het een handelaar in hart en nieren die zijn geld eist. Met een paar euro is hij niet tevreden. We geven nog wat meer en hebben weer een les geleerd. Niet met iedereen meegaan en assertief zijn. Mensen willen je hier zo graag helpen maar aan elke dienst hangt een prijskaartje en een praatje. Bovendien houd ik meer van dwalen in stilte, je laten verrassen, stilstaan en zelf ontdekken. In Marokko is dat een fikse uitdaging.


Bij het strand is bewaking. We passeren een slagboom en bewaker.  Omstreeks dit tijdsstip selecteren ze aan de poort en mag niet iedereen vrij doorlopen. Er wordt vooral gelet op jongens en meisjes. Die willen zich hier nogal eens terugtrekken aan de kust voor een romantisch samenzijn. Later zien we ook stelletjes die hand in hand naar de zonsondergang zitten te kijken. Het is een beeld dat je in de medina of in de stad nauwelijks ziet. Daar is de wereld van mannen en vrouwen sterk gesegregeerd. Als ik af en toe hand in hand loop met mijn man lijkt het bijna of ik iets ongepaste doe. Stout. Dan realiseer ik me weer in wat voor een vrij land we leven.

De volgende dag genieten we van de branding en de bruisende zee. De golven zijn hoog en slaan kapot tegen de rotsen. Het water trekt mooie halve cirkels in sporen. De kust wordt door vissers en enkele wandelaars gebruikt maar er is geen horeca. Het zou een uitgelezen plek zijn voor een mooie wandelboulevard of een leuk terras maar niets van dat alles. De plek wordt niet op die manier uitgebuit en geeft ons de kans om rustig te kijken en te slenteren. Op sommige plaatsen stapelt het zwerfafval zich op. Teruglopend over de begraafplaats is het druk met mensen en handelaren, veel oude mensen zitten gehurkt op de graven en steken bedelend een hand uit. De eerste geven we een muntje en dan steekt een hele rij zijn of haar hand uit. Het kleingeld verdwijnt zo uit onze zakken en we wandelen terug naar onze luxe Riad.


De rauwheid van Marrakech

Kippen worden hier, terwijl je wacht, de nek om gedraaid. In de kleine stalletjes boven het hoofd van de marktkoopman lopen ze eerst nog vrij rond te dribbelen in hun kleine hokjes om daarna het leven te bekopen oog in oog met een scherp hakmes. Vrouwen en kinderen kijken ernaar zonder iets van afschuw. Deze kip ligt vanavond op je bord. Verser kan niet. In de medina van Marrakech in de kasba logeer ik een authentieke Riad. Elke morgen als ik de deur uitstap, kom ik in een andere wereld. In de nauwe steegjes staan kleine fruitstalletjes, kleden met verse kruiden naast plastic kratten vol verse vis. Het ruikt er een beetje naar dood vlees, niet de prettigste geur. Een deur verder smeed de werkman een nieuwe deur van staal. De vonken vliegen in het rond. Iets verderop ruik ik de verse houtkrullen van de timmerman die kleine krukjes en nieuwe deuren maakt. De pigmenten en parfums van de plaatselijke apotheek liggen aanlokkelijk uitgestald in rieten manden. Waar het kan, wordt het in mooie hoge punten opgestapeld en gevormd. 

De mannen bieden hun waar aan op de markt en staan in de winkels. De vrouwen lopen in deze wijk voornamelijk in traditionele kledij met bedekt hoofd. Het voelt ongepast om hier al te bloot rond te lopen. Het domein van de vrouw is thuis en in de Riad serveren de vrouwen het ontbijt. De man rekent af na verblijf. Ik proef een strenge rollenscheiding die we in Nederland niet meer kennen op die manier. 
Op een dag laten we ons rond rijden in de Riksja voor toeristen, een versierde koets getrokken door twee paarden. Maar eerst onderhandelen over de prijs. De vraagprijs van 400 voor een rondrit daalt al gauw naar 200 voor een enkele reis naar de moskee. Ik zet in op 100 dirham waarna we ergens in het midden uitkomen. De koetsier lijkt zijn paarden extra hard te slaan met de zweep om de lagere ritprijs te compenseren. Onderhandelen met een vrouw en dan bakzeil halen, een grotere afgang is er niet bedenk ik terwijl de uitlaatgassen zich vermengen met de geur van paardendrollen. Bij het uitstappen keurt hij ons geen blik waardig en pakt zijn geld uitdrukkingsloos aan. Maar dat gebeurt vaker. Met veel tamtam wordt je een winkel ingeloodst, alles wordt uitgelegd met het doel iets te verkopen. Als de buit binnen is, kan er vaak geen afscheidsgroet vanaf. De vaak jonge knullen staan al weer klaar om hun volgende 'slachtoffer' binnen te halen. Zodra je deze strategie door hebt, kun je je beleid erop aanpassen en je wat assertiever opstellen. Niet met iedereen meelopen. De meeste mensen zijn aardig en helpen je graag. Of het nu om een geldautomaat gaat of om de weg naar je Riad. Een Riad is een soort bed en breakfast in Marokkaanse stijl. Het is eenvoudig en goedkoper dan een hotel. Minder luxe maar ook authentiek en dichtbij de mensen. Ik ben blij met de drie Riads die we gereserveerd hebben in Marrakech, Rabat en Fez. De temperatuur is goed voor de tijd van het jaar (eind februari) zonnig en rond de twintig graden.

Een mooi en groen uitstapje om de drukte van de stad even te ontvluchten is het bezoek aan een tuin. Er zijn er verschillende in Marrakech. Een van de bekendste tuinen is de Jardin Majorelle. Een prachtig aangelegde tuin met cactussen, palmbomen en bloeiende bloemen. Bovendien is hier de as uitgestrooid van Yves Saint Laurent en zijn laatste rustplaats. In de mooie binnentuin kun je heerlijk lunchen en koffie drinken.
In de avond eten op het grote plein Jemaa El Fna is een bijzondere ervaring. De lucht kleurt langzaam rood achter de moskee en de zon verdwijnt achter de horizon. Het plein komt nu tot leven. Groepen muzikanten, jongleurs en mannen met belletjes strijden om je aandacht. Foto's maken wordt niet altijd gewaardeerd of je moet betalen. De geuren van gebakken vis en geroosterde kip vullen mijn neusgaten. Jongens met folders trekken aan je mouw en verleiden je om in hun kraam te komen eten. De avond is gevallen en alle kraampjes zijn verlicht. Er staan houten picknickbanken waar toeristen en locals hun avondeten gebruiken. Ook kinderen eten gezellig mee. Uiteindelijk belanden we in een kraampje en laten ons trakteren op vlees en vis, aubergine en paprika met couscous en olijven. Veel te veel maar wel smakelijk.

Jouw Boek in de Bieb

De bibliotheek Utrecht is in het najaar van 2025 een prachtig initiatief gestart: Jouw boek in de Bieb. Ze eren daarmee alle schrijvers die ...