Het was een tip van beeldend kunstenaar Mieke Simons: 'Kiefer hangt in Antwerpen.' Zij werkt net als ik graag met materie en vondsten in haar verf. Kiefer is daarvoor een bijzonder inspirerend voorbeeld. Zijn monumentale werk is niet alleen indrukwekkend van veraf door de afmetingen en het thema (oorlog) maar ook door de details in het werk een feest van herkenning als je dichterbij komt. Beer en ik prikken een datum en gaan onder schooltijd richting het zuiden. We hebben geluk met de files, die zijn er niet. We hebben ook geluk met het weer want de zon schijnt uitbundig. We rijden eerst naar de Luchthaven van Antwerpen waar ik volgend jaar mogelijk werk ga ten toon stellen. De plek valt enigszins tegen. Met Schiphol op je netvlies met grote hallen, witte muren en lange ruime gangen is dit een kabouterlocatie. Op een zonnig terras praten we er verder over en bestijgen dan de trappen van het MKSKA. We parkeren onze bolide voor drie euro voor de deur van het museum. De hele dag. Een ongekende luxe waardoor de Belgen bij ons een streepje voor krijgen. Kiefer, geboren in 1945 in na-oorlogs Duitsland, ontvangt ons met zijn monumentale Grosse Fracht. Een groot werk van lood met een gigantisch loden vliegtuig ervoor met gedroogde zonnebloemen. Kiefer kiest zijn materialen om hun spirituele kracht. Het lood is afkomstig van het dak van de dom van Keulen. De zaden van de zonnebloemen dragen al nieuw leven in zich. Zijn werk is doordrongen van de gedachte dat elk einde een nieuw begin in zich draagt. De foto van dit werk is helaas mislukt maar de andere werken kun je hier bekijken.
Bij het bekijken van zijn werk raakt me de zwaarte maar meer nog zijn liefde voor het materiaal. Er komt nauwelijks verf aan te pas. Al zijn werk is opgebouwd uit lood, organische resten, zaden, verdroogde grassen, takken, klei en gips. Ik raak enorm geïnspireerd en vind mijn eigen doekjes opeens heel erg klein en betekenisloos. Toch zie ik ook verwantschap in gebruik van het materiaal zoals in het werk 'Multatuli' en mijn eigen 'Landscape'. Ik kan niet wachten om weer aan de slag te gaan in mijn atelier.
Debutant
Welke titel?
Na een aantal maanden raakte ik gewend aan mijn titel als ‘Sarah’ en begon ik dat woord opeens oubollig te vinden. Met Sarah spreek je waarschijnlijk alleen oudere mensen aan terwijl ik mezelf nog zo jong voel. Zo ontstond titel twee: 50!...en op Twitter. Er klinkt iets door van trots en het geeft een bepaalde spanning tussen de seniorenleeftijd en de moderne bezigheid van twitteren, wat meer iets is van de jongere generatie.
De derde titel volgt een paar maanden later en haalt zijn inspiratie uit het boek ‘Meisje van de slijterij’. Zoals de schrijfster van dit boek bekend staat als @slijterijmeisje sta ik bekend in ‘twitterland’ als @huidlandschap. Zo bedacht ik titel nummer drie: @huidlandschap twittert over kunst en andere zaken. Ik vind dat deze titel de lading behoorlijk dekt maar het vraagt wel wat inlevingsvermogen.
Dit weekend kreeg ik opnieuw een creatieve inval en werd titel nummer vier geboren. Door de film Eat, Pray, Love ging ik associëren op de thema’s waar mijn boek over gaat. In het Nederlands heet het boek: Eten, bidden en beminnen. Zo kwam ik op titel vier: Twitter, kunst en boterhammen smeren. De twee eerste woorden spreken voor zich en spreken elk een andere doelgroep aan. Het laatste woordbeeld staat voor het dagelijks leven, de kinderen verzorgen maar ook het gewone ‘down to earth’ leven als tegenhanger van verheven kunst en virtueel twitteren. Het leven van boodschappen doen, bij de buren een kopje suiker halen, de was opvouwen, de hond uitlaten en broodtrommels vullen.
Het ontstaan van een boek is een creatief proces maar ik wist niet dat een titel ook een creatieve ontwikkeling doormaakt. Ik ben heel benieuwd hoe een uitgever daarmee omgaat en hoe bij hen zo’n proces werkt. De hamvraag: zit er volgens hen een geschikte titel tussen? Of verzinnen ze gewoon titel nummer vijf? En welke titel vind jij het leukst, spreekt je het meeste aan, waardoor je denkt: Yes, dat boek wil ik lezen. Of heb je nog een andere suggestie?
Rijp en Groen (2)
Rijp en Groen (1)
Ik was uitgenodigd voor een generatiedag maar kon helaas niet. Het gedachtegoed spreekt me erg aan. Rijp en groen klinkt ook fris, wijs en respectvol. Een vriend die de dag bezocht kwam er enthousiast van terug. De vriend is van mijn leeftijd en wij behoren in sociologische termen tot de generatie X. Algauw kwamen daar de rijmwoorden op: generatie niks. Nee, dat vinden wij niet leuk. Deze generatie loopt van 1955-1970 en volgt op de protestgeneratie, ook wel de babyboomers genoemd, de generatie geboren in de periode 1940-1955. Al mijn zussen en broers zijn babyboomers en behoren tot een andere generatie, realiseer ik me nu. Aan de andere kant wordt generatie X ingesloten door de pragmatische generatie die begint in 1970 en doorloopt tot 1985. Alle generaties hebben hun eigen kenmerken. Zo is de generatie X de onzichtbare generatie maar wordt er wel veel van hen verwacht. Ze voelen een enorm verantwoordelijkheidsgevoel. Hun ouders waren harde werkers en behoren tot de stille generatie. Mijn eigen ouders komen zelfs uit de vooroorlogse generatie omdat ik een nakomertje ben. Mijn ouders zijn van de generatie 1910-1928 en zijn zelf de ouders van de protestgeneratie. Ze groeien op in een tijd van ‘vaders wil is wet’ en krijgen via hun kinderen te maken met enorme veranderingen. Niet voor niets ontstaat hier het woord ‘generatiekloof’. Het zijn de ouders die de jaren dertig crisis hebben meegemaakt. Er was weinig werk en als je wel werk had, was je blij. Niets ontplooiing of talenten ontwikkelen. Ik herinner me nog de bezoekjes aan mijn moeder in Rotterdam. Ze zat in haar fauteuil gestoffeerd met een bloemenpatroon en keek door haar leesglaasjes naar Beer en vroeg steevast: ‘Heb je nog genoeg werk?’ Als hij opdrachten had, dan was ze gerust gesteld. Of het leuk werk was, slecht betaald of in oost-Groningen, maakte niet uit. Werk was werk. Generatie X groeit op in een tijd vol beweging die veroorzaakt wordt door de protestgeneratie. Ze staan samen met hun ouders in de luwte van deze beweging en die relatieve buitenstaanderspositie lijken ze te behouden in hun latere leven. Als ze volwassen zijn is de economische crisis uitgebroken. Milieuproblemen, werkloosheid en nucleaire dreiging bepalen hun jonge leven. Toch lijkt generatie X hier niet echt onder te lijden. Het zijn harde werkers, netwerkers, bruggenbouwers en door andere generaties worden ze wel als ‘rechts’ betiteld. Het zijn jonge mensen die van jongsaf aan gewend zijn aan hard werken en hun eigen weg zoeken. Ze hebben niet zoveel verwachtingen en idealen. Oudere generaties vinden hen behoudend, soms zelfs rechts. Wellicht is het zorgvuldiger ze down to earth te noemen. Zij hebben hechtere vriendschappen, een gevarieerder tijdsbesteding als de generatie voor hen, hebben nog sterker een relatie met muziek. Het is geen zoekende generatie, eerder een generatie die haar weg gestaag en onopvallend weet te vinden, gebruik makend van alle mogelijkheden die er zijn. Veel jongeren beginnen al vroeg voor zichzelf bijvoorbeeld. Rijp en Groen, een mooi initiatief.
Taal is zeg maar echt mijn ding
De post verrast me met een pakje, het boek van Paulien Cornelisse: ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’. Alleen om de titel wil ik het boek al hebben. En ik ben blijkbaar niet de enige. Het boek beleeft al bijna een dertigste druk. Het is een speciale wc-editie met een koordje erdoor waardoor ik deze dagen vaker en langer op de plee zit. Totdat er aan de deur wordt gerukt en zoonlief smekend piept ‘ma-am, schiet nou op, ik moet plassen.’ Wreed verstoord, klap ik het plee-boek dicht. Paulien is een ster in het ontrafelen van taal en reflecteert op een humoristische manier op uitdrukkingen en zegswijzen. Die legt ze onder een vergrootglas. Zo stelt ze relatie-taal aan de kaak, zoals kritiek verwoord in ik-boodschappen. Schijnt in de opvoeding goed te werken. Dus niet: wat ben jij hondsbrutaal. Maar: ik heb er moeite mee dat je zo’n toon aanslaat tegen mij. Dat doet pijn. Paulien heeft een voorbeeld uit het huishouden: Ik merk dat ik het moeilijk vind dat je niet even de moeite blijkt te kunnen nemen om met een vochtig doekje over het aanrecht te gaan. Wat gaan ‘we’ daaraan doen? Zij vindt dat enge, enge mensen. Toch blijkt het in de praktijk te zorgen voor minder conflicten, kan ik uit ervaring vertellen. Het is het verschil tussen praten in oordelen en de kritiek bij jezelf houden. Zou Paulien mij een eng mens vinden? Het lijkt me enig haar een keer te ontmoeten. Gaan we gezellig over ‘de kids’ praten. Ze flipt op dat woord. Bijvoorbeeld: haal jij de kids uit school? Paulien: Kids smaakt mij veel te veel naar mensen die nooit eens een probleem hebben en al helemaal niet met hun kroost. Mensen die zeggen: ‘we zijn lekker met de honden en de kids gaan uitwaaien op het strand’. Ik heb echt een vriendin met een hond die dat precies zo zegt. Ze leeft ook tamelijk ongecompliceerd. Dus dat klopt dan weer wel. Van die gezinnen die de messen vergeten bij een picknick en dan de smeerkaas gewoon met de autosleutels op het stokbrood smeren. En Paulien spreekt zich ook uit over Sinterklaas. Dat is fijn in deze dagen. ‘Sinterklaasgedichten zijn trouwens lang niet zo onschuldig als ze lijken.Vaak worden ze gebruikt om allerlei grieven eens lekker te uiten, en wel anoniem. Het rare aan het sintgedicht is dat die anonimiteit nooit lang duurt. Degene die het geschreven heeft, lacht bescheiden, neemt complimentjes in ontvangt - maar is zogenaamd niet de auteur, dat is Sinterklaas. Het is een gespeelde anonimiteit waar iedereen in meegaat.’
Sinterklaas
De slaapkamer ligt inmiddels vol met pakjes voor de kinderen. We hebben drie grote jute zakken en een wasmand nodig om alles kwijt te kunnen. Elk jaar weer zeggen we: zullen we stoppen met die heisa? Gewoon een pakje per persoon. Ik kan de verleiding blijkbaar niet weerstaan en ga ieder jaar weer helemaal los. Ook met sokken en onderbroeken. Standaard een pyama of trui voor Beer. Sloffen zitten er meestal ook bij. Beer wil hele dure leren sloffen en geen goedkope van de Scapino waar ik ze meestal haal. Hij loopt al jaren op slippers van Birkenstock. De zool is nu doorgesleten. Ik heb een nieuw paar gekocht en hoop dat ze in de smaak vallen. De jongens vieren in de middag Sinterklaas bij scouting. Ze hebben beide een leuk pakje gekocht. Jellie iets van Adidas doucheschuim waar Justus even later mee thuiskomt. Hij is nogal van de geurtjes en smeersels. Op scouting vieren ze Sinterklaas met een spel en een dobbelsteen waarbij je alle pakjes onderling kunt ruilen. Als witte sneeuwmannetjes komen ze thuis. Ze trekken hun skibroek aan en duiken de sneeuw in want er is een dik pak gevallen. Even later staat er een halve iglo in de tuin.
Beer en ik gaan schrijven. Een paar jaar geleden deden we dat nog letterlijk met de pen. Ik kalkte twee avonden in de agenda en schreef met hanenpoten ‘dichten voor Sinterklaas’. Over planning gesproken. De kinderen lagen op bed en wij zaten aan de grote tafel met speculaas en boterletter te rijmen. Wat rijmt er op ‘lego’ vroegen we elkaar kluivend op een pen. ‘Doe maar legopak, dat rijmt op zak’. Van een rijmwoordenboek op internet hadden wij nog nooit gehoord. We waren creatief en bedachten alles zelf. Die goeie oude tijd. Nu zit ik beneden op de iMac en Beer boven op de pc. We bellen met elkaar op de huistelefoon. ‘Ik ben klaar, heb je nog een volgend pakje?’ Ik kijk op mijn lijstje en som op: auto, pyama of woordenboek. ‘Ja, ik neem het woordenboek, rijmt op zoete koek.’ We verbreken de verbinding en tikken weer verder ieder aan ons eigen gedicht op onze eigen personal computer maar toch in verbinding.
Abonneren op:
Posts (Atom)
Jouw Boek in de Bieb
De bibliotheek Utrecht is in het najaar van 2025 een prachtig initiatief gestart: Jouw boek in de Bieb. Ze eren daarmee alle schrijvers die ...
-
Gister ben ik naar de Rouw Revue geweest in de Kleine Komedie in Amsterdam. Cabaretière Mylou Frencken stond samen met Pieter Tiddens op d...
-
Laat ik een voorspelling doen. Als je ‘ja’ zegt op deze vraag, ben je jonger dan veertig jaar. Als je ‘nee’ zegt, ben je waarschijnlijk...
-
De controlelampjes flikkeren felrood en een hoge piep ontsnapt aan de controlepoortjes. Sinds een tijdje bezoek ik regelmatig de vieringen o...