Vandaag is de grote dag! Ik ben op TV! Tja, waar je al niet blij van kunt worden. Twee uur interview is gereduceerd tot twee minuten film. Verleden week is er een journaliste van RTV-Utrecht langs geweest in mijn atelier. Ze wilde graag alles weten over het ontstaan van mijn schilderijen voor de serie ‘Bij ons in de maak’. Het was een aardige jonge vrouw met een grote camera, microfoon en opnameapparatuur. Ze deed alles zelf. Dat gebeurt bij tv- en nieuwsprogramma’s steeds meer: journalist en cameravrouw zijn dezelfde persoon zijn. De camjo heet dat. Makkelijk en goedkoop. Deze camjo verstond haar vak goed en begon gelijk honderduit te vragen. Onder de koffie met appeltaart vertelde ik haar over mijn inspiratiebronnen, het gebruik van dierenhuid en vacht en over de huid als landschap. De verwantschap tussen onderhuidse cellen en bloedvaten en grote riviermondingen met eilanden, die je met satellietfoto’s goed kunt zien, vind ik fascinerend. In mijn werk heeft dat geleid tot een serie Huidlandschappen en daarna een serie Rivierlandschappen. De eerste serie geeft een detailbeeld alsof je ingezoomd bent; de Rivier- en Aardelandschappen geven een beeld van grote hoogte. Ik krijg een microfoontje in mijn broek en nu kan het echte werk beginnen. We lopen langs verschillende schilderijen en ik vertel over hoe het werk tot stand is gekomen. Voor de serie is het ook belangrijk om te laten zien hoe je werkt. Dus ik trek mijn werkhemd aan, mijn plastic handschoenen en knip wat katoenen lappen uit een hemd. Ik maak een papje van lijnolie en gomterpetijn. Telkens als ik aan de volgende stap wil beginnen, roept ze: stop. Kun je dat nog een keer doen? De camera zoomt in en ik draai langzaam een dopje van de verf. Dan doop ik het doekje in de olie en vervolgens in de verf en begin het schilderij in te wassen. Ik vertel dat ik wel eens elandenhuid en een heel bot gebruikt heb voor een schilderij – en het haar van manlief. Oh ja? Ja, hij heeft hele mooie pijpenkrullen die het goed doen op linnen. Ze vraagt vooral door op de huid. Hoezo huid? Ik dacht van te voren: ik ga niet beginnen over mijn eigen moeilijke huid. Natuurlijk ligt daar wel een inspiratiebron en iets dat raakt. De journaliste kreeg het toch voor elkaar om helemaal op het einde van het interview, toen ze de drempel al over was, mij door te zagen en ja hoor, vertel ik toch mijn persoonlijke geschiedenis. Dit ben ik. Benieuwd wat jij ervan vindt! klik hier voor het filmpje
Back home
Is dat Spaans? Kamperen op elkaars lip? Schreeuwende kinderen tot ’s avonds laat? Hardpratende vrouwen op de camping, rokende mannen? De volgende camping leek een pareltje in het campingboekje maar blijkt in de praktijk tegen te vallen door de luidruchtigheid. Vooral in het weekend is het een gezellige boel waar wij geen deel van uit maken. Iedereen mag zelf een plek uitkiezen op deze camping en schroomt niet om zijn tent een halve meter van een ander op te zetten. Angstvallig zetten wij onze stoelen breeduit voor de tent met twee tafeltjes erbij en het kindertentje. Graag behouden we ons uitzicht op de oceaan. Deze opzet lukt aan de voorkant maar aan de achterkant worden we compleet ingebouwd met andere tenten. Het goede nieuws is dat de tentjes na een weekend weer vertrekken. We vinden geen aansluiting omdat we slechts twee woorden Spaans spreken: ola en gracias. Ook de kinderen blinken niet uit in het leggen van contacten. Ze lezen, zwemmen en doen een ds-spelletje maar zijn niet bijster ondernemend. Opeens zijn we het zat. De bladblazers, de scooters en de quad waarmee de campingbeheerder elk uur wel een klusje heeft te doen. Ronkende motoren, gebrek aan privacy, stinkende uitlaten, het lijkt verdorie de A27 wel. Daarvoor reizen we geen 2000 kilometer van huis. Nadat achtereenvolgens Jelle, ik en daarna Justus een dag in de lappenmand hebben gelegen met lichte griep hebben we zin om weer terug te gaan naar ons eigen mooie huis, de rust in de tuin, ons eigen vertrouwde tuinhuisje met een oase van rust en groen. Het caravanbed ligt na twintig nachten ook veel te hard en dat geplas op zo’n emmer ben ik ook helemaal zat. En die auto. Steeds maar weer in die auto om bij een berg te komen. We hebben prachtige bergwandelingen gemaakt in de Picos de Europa, echt geweldig maar we waren wel misselijk toen we thuis kwamen van de haarspeldbochten. De kinderen krijgen ook last van een soort heimwee. Justus is net opgeknapt maar nog niet helemaal fit. Hij vraagt de hele dag ‘gaan we de voortent afbreken, pap?’ en vervolgens aan mij ‘gaan we morgen naar huis mam?’ Ik wil het nog een beetje openhouden maar vrees dat de vakantiepret voorbij is. Beer en ik constateerden gister bij een glaasje appelcider dat drie weken misschien een maximum is voor ons als gezin op deze manier. Met een caravan trekken, in beperkte tijd en grote afstanden afleggen met een lage snelheid is geen ideale combinatie. We sluiten onze vakantie aan de Costa Verde af met een lekker etentje buiten de deur. De laatste avond belanden we onverwachts in een rustiek dorpje met een plein vol platanen. Daar vlak voor het oude kerkje begint een concert. Het is donker en de Spaanse kinderen lopen nog gezellig rond. Overal zitten groepjes mensen met flessen cider en kleine hapjes. Wij vleien ons ertussen en wachten op de muziek. We verwachten Spaanse of Zuid-Amerikaanse klanken maar worden getrakteerd op een Beatles-medley. Het valt me op hoe aandachtig het publiek luistert. Na elk nummer wordt er geestdriftig geklapt. Tot slot spelen de muzikanten nog een aantal soundtracks van ‘The Titanic’ en ‘The sound of music’. Een aantal dagen geleden hebben we die film met Julie Andrews nog bekeken op de laptop in de caravan dus de kinderen herkennen de melodie en neuriën de wijs mee. Zo komt er een eind aan ons Spaanse avontuur. De volgende dag leggen we 950 kilometer af en overnachten in een ouderwetse chambre d’hotes in de Cognac-streek. We slapen in twee fantastische kamers met opgemaakte bedden en krijgen ’s ochtends een Frans ontbijt met verse croissants en zelfgemaakte jam en honing uit eigen tuin. Dan gaan we op huis aan.
Sarah
Vandaag splitsen we op. De mannen gaan een berg beklimmen in de Pyreneeën en ik doe het wat rustiger aan. Ik zet een lekker kopje cappuccino bij de tent en ga vervolgens met de bus naar het Spaanse strand. Ik begin met een lekkere salade op een terras en duik in mijn boeiende boek van Tatiana de Rosnay Haar naam was Sarah. Dit boek heeft ook de naam Sarah in de titel. Sarah komt natuurlijk uit de bijbel. Zij was de vrouw van Abraham die geen kinderen kon krijgen vanwege haar hoge leeftijd. Toch werd zij zwanger. Zij was waarschijnlijk rond de vijftig en dan mag je gerust van een wonder spreken. Zo is de naam Sarah gekoppeld aan de status van vijftig jaar maar het is ook een Bijbelsjoodse naam die in veel christelijke en joodse gezinnen graag gegeven wordt aan meisjes. Dit boek gaat over zo’n joods meisje uit de oorlog. Het verhaalt over haar ervaringen in de oorlog in Parijs. Het boek onthult feiten die mij volslagen onbekend waren. Juli 1942 vindt een grote razzia plaats in Parijs. Duizenden Joodse gezinnen worden dagenlang opgesloten in het Vélodrome d’Hiver onder erbarmelijke omstandigheden. Vervolgens worden volwassenen en kinderen gescheiden en naar Ausschwitz vervoerd en vergast. Het drama staat bekend als Vel d’Hiv en is een schandvlek op de geschiedenis van Parijs. Het was de Parijse politie die verantwoordelijk was voor de razzia. De hoofdpersoon is journalist en zoekt deze kwestie tot op de bodem uit en duikt in de geschiedenis. Zij ontdekt namen van overledenen en overlevenden en koppelt de feiten aan een persoonlijk verhaal van het joodse meisje Sarah. Het knappe is dat de geschiedenis van het meisje verweven wordt met het heden van de hoofdpersoon. De journaliste ontdekt namelijk dat het huis van haar schoonouders waar zij binnenkort zal gaan wonen, hetzelfde huis is als van de joodse familie destijds. In dat huis heeft zich een onbeschrijflijk drama afgespeeld waar je als lezer bladzijde na bladzijde achterkomt. De verhaallijnen worden prachtig met elkaar verweven en ik vind het jammer als het boek uit is. Mijn schouders zijn erdoor verbrand aan het strand van Zarautz. Ik geef het boek met een zucht door aan Beer. Ook hij leest het binnen enkele dagen ademloos uit.
Pauze
We boffen met de zon die al weken schijnt waardoor we tijdens het klussen veel buiten kunnen werken en buiten kunnen pauzeren aan de picknicktafel.
De vakantie is ook een mooie aanleiding om even pauze te nemen van dit dagboek. De verbouwing van de keuken vraagt aandacht en daarna willen we toch eindelijk op vakantie. We gaan met de caravan (die ik verleden jaar groen gepimpt heb) richting Bordeaux waar we gaan kamperen aan de Atlantische kust. De kinderen willen graag surfen op de metershoge golven. Daarna trekken we verder naar Spanje langs de Costa Verde. Misschien rijden we nog verder naar de pelgrimsplaats Santiago de Compostella. Met onze nieuwe auto moet het rijden geen probleem zijn. Met de airco aan is het zelfs comfortabel. We hebben niets gepland en zien wel waar we uit komen. Ik sluit niet uit dat ik op een Franse of Spaanse camping mijn laptop pak en spontaan ga schrijven. Maar ik ontsla mijzelf voorlopig van de verplichting om elke dag een stuk te produceren. Dat voelt heel bevrijdend en geeft me een echt vakantiegevoel. Ik mag weer gewoon ’s ochtends wakker worden en bedenken wat ik ga doen in plaats van me te haasten achter de computer om de vorige dag te beschrijven. Een vrije zomer, een twitterloze periode, een nieuwe keuken, hoge golven en Franse croissants, wat wil een mens nog meer?
Niksen
Justus komt terug van logeren en helpt me, met frisse tegenzin, om het atelier weer op orde te krijgen. De schilderijen die teruggekomen zijn van de expositie bij de politie staan nog kris-kras in mijn werkruimte. Ze moeten opgeslagen worden op het zoldertje, wat Beer zo mooi getimmerd heeft. Hij helpt me met het aangeven van alle doeken in een snikheet atelier. En dan wil ik ook nog zuigen en de laatste verfresten, kwasten en doeken opruimen. Door de vakantie zal ik hier zes weken niet komen. Als de klus geklaard is, kunnen we gaan shoppen. Want daar gaat het Justus om en ik vind dat toevallig ook leuk. Toch is het niet wat we ervan verwachten. Het is broeierig warm en de Utrechtse binnenstad is heet en drukkend. We lopen drie winkels in maar slagen nergens voor. Justus mompelt ‘ik heb mijn dag niet’ en eigenlijk geldt dat ook voor mij. Het leukste van de middag is ons bezoek aan de viskraam op de markt waar we ons uitleven op een lekkerbekje en een broodje haring. Na nog meer schoenenwinkels geven we het op en komen thuis met alleen een paar zomerslippers. Vermoeid val ik in de tuinstoel onder de parasol en drink liters thee. Mijn oog valt op de column van Remco Campert in de Volkskrant over ‘Niksen’. ‘Soms, midden overdag, voel ik de behoefte om een tijdje in mijn armstoel door te brengen. Ik staar wat voor me uit en denk meer aan niets dan aan alles. Trouwens dat komt ongeveer op hetzelfde neer. In ieder geval denk ik aan niets bepaalds. Het idee dat je in het zweet des aanschijns je brood moet verdienen heeft me op zo’n moment in de steek gelaten. Degene die me in die energieloze houding betrapt, heeft de neiging me van luiheid te betichten. En dat is een doodzonde.’ Niksen, luieren, mijmeren het is me vreemd maar klinkt toch aanlokkelijk. Bovendien is mijmeren en niks doen voorwaardenscheppend voor kunst. Volgens Stilinovic, een Oost-Europees kunstenaar kan kunst in het westen niet bestaan omdat westerse kunstenaars niet lui zijn. Ze zijn geen kunstenaars maar producenten, de hele tijd bezig met onbelangrijke dingen als productie, zelf-promotie, het galeriesysteem, het museale systeem en het competitiesysteem. ‘Dat alles weerhoudt ze van luiheid en dus van kunst.’ Campert herkent dit en ik ook. Aan het rijtje waar kunstenaars zoals ik druk mee zijn, kan nog toegevoegd worden: sociale media. Campert trekt er lering uit en probeert al geruime tijd een einde te maken aan interviews, boekpresentaties, optredens en zelf-promotie. Dat zo’n man dat nog nodig heeft zou je zeggen. En dan op zijn leeftijd? Ik hoop dat ik tegen die tijd toch echt achter de geraniums zit, een boekje lees, babbel met een kleinkind en een wandelingetje maak. En daarna een dutje. Stilinovic zegt: ‘Luiheid moet beoefend worden. Het komt niet vanzelf. Het is staren naar niets, non-activiteit, impotentie, belangrijke factoren in de kunst.’ Niet schrijven is zo de hoogste vorm van kunst constateert Campert. ‘Maar dat merkt niemand en dat lijkt me een bezwaar. IJdelheid staat nog in de weg. Zo modder ik maar wat voort.’ En zo modderen we allemaal, ook de groten der aarde. Toch ga ik dat ‘niksen’ hoog op de agenda zetten na de zomer.
Twitter IJs
De ochtend begin ik in de tuin met een bakje kwark en de krant. Ik lees over ijscoman Maarten Schuurman (24) die met Twitter zijn ijsjes verkoopt. Een mooi komkommer-onderwerp tijdens de mini-hittegolf waar ons land momenteel op dobbert. Om zijn komst aan te kondigen gebruikt Schuurman geen ijscobel maar zijn Iphone. Hij twittert naar zijn 877 volgers met de vraag ‘zin in ijs’?’ Bij een positieve reactie fietst hij met de ijskar richting bedrijf. En dan ontstaat vanzelf een zwaan-kleef-aan-effect omdat zijn volgers hem niet voor niets willen laten komen en reclame maken bij collega’s. Een kwart van zijn omzet haalt hij uit Twitter. De Italiaanse ijscoman Roberto uit de Poortstraat gebruikt Twitter voor klantenbinding en twittert zijn nieuwe smaken rond. Zijn volgers mogen de smaak van de week komen voorproeven. De jongere Schuurman gebruikt ook Hyves en Foursquare om zijn ijs aan de man te brengen. Foursquare? Wat is dat nou weer? Moet ik me daar ook nog in verdiepen? Hopelijk is dat alleen iets voor snelle, jonge knullen.
Mijn eigen jonge knul worstelt zich door de laatste schooldagen heen afgewisseld met verjaardagspartijtjes en zwemfeestjes. Het is de laatste week op school voor Jelle. Justus is al aan het vakantie vieren en logeert bij zijn vriend maar Jelle moet met de warmte nog naar school. Vanavond speelt klas zes de eindmusical. Verleden jaar stond Justus op het podium met het verhaal over Peronniek, uit de tijd van koning Arthur. Volgend jaar zal Jelle er staan om afscheid van de school te nemen. Deze klas zit er precies tussenin waardoor ik bijna alle kinderen ken. Ze vertolken op toneel het verhaal van De Brief aan de Koning van Tonke Dragt. Het is bloedheet in de grote zaal en ik benijd de kinderen niet die in dikke kostuums op het podium staan. Het ziet er allemaal prachtig uit. De liederen die ze samen zingen ontroeren me. Vooral het slotlied is zo prachtig als de kinderen met de armen in elkaar gehaakt zingen over ‘de wereld in gaan op eigen kracht’. De tranen blijven nog net binnen maar volgend jaar zal ik hier zeker staan met natte wangen, dat weet ik nu al. We hebben twaalf jaar op deze school doorgebracht, vanaf de peuters via de kleuters naar de basisschool. De kinderen hebben vrienden gemaakt en wij ook. Het zal een afscheid zijn waarvoor nu al de kiem gelegd wordt. Na de zomer is Jelle een zesdeklasser. Dan zit hij in groep acht. Op de vrije school noemen ze de klassen nog klassen en hanteren dezelfde telling als in mijn jeugdjaren. Ik raak alleen in de war als andere mensen vragen ‘in welke groep zit Jelle nu?’ Dan moet ik erg hard rekenen.
Straatkunst
Voor een straattekenwedstrijd in de Utrechtse wijk Tuindorp ben ik uitgenodigd om als kunstenaar de kinderkunst te jureren. Samen met een andere kunstenaar uit de wijk en met Justus lopen we langs de kunstwerken. ‘Zal ik ook nog wat tekenen, mam.’ Hij is nog net twaalf jaar dus valt in de doelgroep. ‘Maar je valt niet in de prijzen’ zeg ik een beetje te streng. Ook al kan hij mooi tekenen, een jurylid kan niet haar eigen zoon de lauwerkrans geven, in dit geval een echte ‘zilveren’ prijzenbeker. Tja, dat is even slikken voor mijn fanatieke zoon want hij houdt erg van medailles scoren en prijzen in de wacht slepen. Hij doet niet voor niets aan atletiek, een sport die uitblinkt in de eerste zijn, de beste, de verste, de hardste, de hoogste of de langste. Ik vervolg mijn route langs de kunstwerken en staar aandachtig naar de stoeptegels die vol gekalkt zijn met bleek roze, zacht blauw en lief geel. De jongste deelnemer is drie jaar, de oudste tien jaar. Er zijn twee bekers beschikbaar dus we delen de groep in tweeën. Het verschil in niveau is opvallend. Sommige kinderen van zes jaar tekenen al heel verdienstelijk en delen we in bij de oudere groep. Anderen van dezelfde leeftijd komen nog niet verder dan wat krassen en horen duidelijk bij de jongsten. Het is nog best moeilijk om een winnaar uit te kiezen in de wetenschap dat je andere kinderen gaat teleurstellen. Verleden jaar zijn er zelfs kinderen in huilen uitgebarsten. Een meisje van drie geven we daarom een extra pluim. Ze valt niet in de prijzen maar heeft een mooi hoofd op pootjes getekend, op de grond en een warme zon erboven. We vinden het knap voor haar leeftijd. Het meisje kijkt beduusd onder zoveel lof en vertelt gelijk dat ze het zusje van Eline is. De ouders glimmen. De winnaar van de jongere groep is Daphne geworden. Ze heeft ons misschien wel een beetje beïnvloed want ze liep de hele tijd om ons heen te dralen. Ze wilde graag het verhaal van haar tekening vertellen. Het is een prinses (zesjarige meisjes tekenen nu eenmaal heel graag prinsesjes) die een cadeau krijgt. Op het hoofd van de prinses heeft ze een mooie kroon getekend en het cadeau is ingepakt met een strik eromheen. De prinses lacht en is blij. Ook hier een mooi gele zon erboven. Beiden gunnen we dit meisje van zes haar beker. De andere beker gaat naar Stijn. Zijn tekening valt op door expressie, beweging en vrolijkheid. Het knalt van de tegels af en heeft iets van de stijl van Picasso. Hij is blij verrast met zijn eerste prijs. Zijn vader trouwens ook. Het is opmerkelijk om te zien hoe je in kindertekeningen al iets van het karakter van het kind terug ziet. Het ene kind tekent bedachtzaam, aandachtig, geconcentreerd en vult alle stoeptegels met kleur. Deze tekeningen ogen vaak wat stijf en saai. Andere kinderen, vaak jongens tekenen met een vlotte hand, grote lijnen, wat slordig maar zeer expressief. Vaak zijn het de meisjes die binnen de lijntjes blijven en mooi alle vakjes inkleuren maar ze gaan niet lekker los. Dit is natuurlijk een grove generalisatie maar ik was toch verrast dit verschil in J/M terug te zien bij een simpele straattekenwedstrijd op een zonnige zaterdagmorgen!
Abonneren op:
Posts (Atom)
Jouw Boek in de Bieb
De bibliotheek Utrecht is in het najaar van 2025 een prachtig initiatief gestart: Jouw boek in de Bieb. Ze eren daarmee alle schrijvers die ...
-
Gister ben ik naar de Rouw Revue geweest in de Kleine Komedie in Amsterdam. Cabaretière Mylou Frencken stond samen met Pieter Tiddens op d...
-
Laat ik een voorspelling doen. Als je ‘ja’ zegt op deze vraag, ben je jonger dan veertig jaar. Als je ‘nee’ zegt, ben je waarschijnlijk...
-
De controlelampjes flikkeren felrood en een hoge piep ontsnapt aan de controlepoortjes. Sinds een tijdje bezoek ik regelmatig de vieringen o...