Na een kopje koffie rijd ik vandaag naar Deventer voor de opening van Broos. Zes vrouwelijke kunstenaars doen hier aan mee. Vijf schilders en een beeldhouwer. Hun werk is tentoongesteld in de Bergkerk, een gigantische kathedraal met een belabberde akoestiek zo blijkt later tijdens het openingswoord. Een grijze, oude man in een zwart pak beklimt het spreekgestoelte en houdt een ellenlange lofprijzing op de dames kunstenaars. Hij leest zijn verhaal op van papier en ik kan er niets van verstaan. Een gemiste kans. Ik krijg de associatie met een dominee en laat alles over me heen galmen terwijl ik nip van een glaasje tomatensap en met mijn billen op een harde klapstoel zit. Als hij eindelijk is uitgesproken maak ik een rondwandeling langs de werken. Vooral het werk van Francien Krieg en Eline Peek is bewonderenswaardig. In bleke tinten tonen zij het ouder wordende lichaam in al zijn naaktheid, schoonheid en verval. De modellen van Francien lopen los rond (gekleed uiteraard) en geven graag een interview. Wonderlijk om deze naakt geschilderde vrouwen in het echt te zien. Kleding verhult de kwetsbaarheid merk ik. Hoe de kunstenaar de oranje sproetjes op benen schildert, de hangende platte borsten van een oudere vrouw,grove rimpels in slappe armen, blauwe aders op oude handen, de bolling van een buik, wangzakken in een doorleefd gezicht en rimpels op een voorhoofd; het is verbazingwekkend levensecht. Bij Eline Peek is het minder realistisch en gebeurt er meer in de verf. Vlekken en druipers zorgen voor spannende schilderkunst. De combinatie van deze zes kunstenaars is een gouden greep. De beelden van Lotta Blokker ondersteunen het geheel door de ontroerende, kwetsbare uitstraling van haar figuren. Bij de grote schilderijen van Dorien Plaat kun je een glimlach niet onderdrukken. Een piepklein muizensmoeltje onder een megagroot dekbed. Dat heeft iets grappigs. De ogen in haar werk kijken je doordringend aan. Verder is er werk te zien van Hester Schroor en Lita Cabellut. De laatste groeide op in de sloppenwijken wat je terug ziet in haar portretten van zwervers, prostituees en havenlozen. Nadat ik met twee kunstenaars heb gesproken rijd ik terug naar Utrecht.
Bevolkingsonderzoek
Soms valt iets koud op je dak. Ik was nog geen 50 toen de brief al op de mat lag. ‘Wij nodigen u uit om deel te nemen aan het bevolkingsonderzoek naar borstkanker en hebben voor u de volgende afspraak gemaakt: woensdag 7 september.’ Dat noem ik nog eens voortvarend zaken doen. Even denk je voor een feestje te worden uitgenodigd, maar dat idee is van korte duur. Daar is het de locatie ook niet naar: ergens in Hoog Catharijne, wat momenteel één grote bouwput is. ‘Het onderzoek is gratis. U beslist zelf of u mee wilt doen.’ Ik heb het niet zo op dit soort onderzoeken en twijfel ook aan het nut ervan, maar ik ben toch nieuwsgierig dus doe gezellig mee. ‘Tijdens dit onderzoek maakt een laborant röntgenfoto’s van uw borsten. Het maken van de foto’s duurt ongeveer vijf minuten. Het bezoek aan het onderzoekscentrum ongeveer 20 minuten.’ Dat is helder. Zou het ingewikkeld zijn om mijn borsten tussen die glazen platen te pletten? Vijf minuten klinkt best lang. Als ik in de wirwar van winkels de toegangsdeur voor het bevolkingsonderzoek gevonden heb, ben ik precies op tijd. Ik ga even zitten en zie op de leestafel dat hier alleen maar vrouwen van mijn leeftijd komen: Libelle, Nouveau, Zin, Jan en Midi. Ze weten de doelgroep goed te bedienen. Dan mag ik naar een klein kamertje van twee bij twee. Er staat een stoel en er hangt een spiegel. ‘Kleedt u zich aan de bovenkant maar uit.’ Ik heb een handige jurk aan en ontbloot mijn borsten. De laborante haalt mij op via de andere deur en vraagt of het de eerste keer is. Ja dat is het. Eerst gaan de armen omhoog en dan even bukken zodat de deskundige kan zien of alles op zijn plaats zit en er geen vreemde vlekken en uitstulpingen zijn. Dan komt het grote werk. ‘We gaan vier foto’s maken’. Ik heb toch maar twee borsten denk ik, maar geef geen commentaar. Ik ga voor de machine staan en zij manoeuvreert mijn rechterborst op de glazen plaat waarbij ze zeer intiem met haar borsten tegen de mijne aanhangt. Ik snap nu waarom de laboranten altijd vrouwen zijn. Dan komt de plaat van boven en daalt onheilspellend neer op mijn borst die transformeert in een platte, bleke pizza. Ik heb me voorbereid op een pijnlijk moment maar dat valt mee. Dan volgt de linkerborst. Voor foto drie en vier wordt de machine gekanteld zodat de zijkant van de borst in beeld komt en ook de okselklieren. Vooral bij de linkerborst voelt dit pijnlijk. Zou er wat zitten, vraag ik me af. Over twee weken krijg ik de uitslag thuis gestuurd.
Michaëlsfeest
Kerstfeest, paasfeest, pinksteren en Sinterklaas, het wordt allemaal gevierd op de vrije school. De meeste feesten ken ik wel vanuit mijn eigen christelijke roots. Maar het Sint Jansfeest en het Michaëlsfeest waren nieuw voor mij. Sint Jan hoort bij de langste dag in juni en is een echt zomers zonnig feest met spelletjes, rijk gevulde tafels en picknickkleedjes voor ouders en kinderen. Michaël wordt in de herfst gevierd en gaat over het verslaan van de draak en heldenmoed verzamelen om dingen te doen die je niet durft. De zesde klas van Jelle speelt de legende van Sint Joris en de draak. Het is eigenlijk een ‘tableau vivant’ wat ze laten zien en ze zingen liederen erbij. Uiteindelijk verslaat Sint Joris de Draak met hulp van de engel Michaël. Een (houten) zwaard is zijn wapen waarmee hij de draak dood steekt en waarbij alle kinderen die in zijn lijf verstopt zitten giechelend op de grond tuimelen. Jelle was dit jaar vaandeldrager. Het spel wordt opgevoerd achter de school waar nog een mooi onontgonnen stuk struikgewas ligt. Alle klassen lopen in een sliert ernaar toe. Daarna verzamelen ze zich op het plein waar oude ambachten te zien zijn. De kinderen mogen alles zelf uitproberen en lopen in groepjes langs. Een spinster van wol achter een spinnenwiel, een schoenmaker en scharensliep en zelfs een ridder uit de middeleeuwen in maliënkolder en zelfgemaakte laarzen toont zijn eeuwenoud gereedschap. Een levensgroot paard krijgt nieuwe hoefijzers aangemeten. 'Doet dat niet zeer?' vraagt één van de kleinsten. Ondertussen laat het paard een dikke paardenvijg vallen. De geur vermengt zich met de geur van vuur want overal op het plein zijn kleine vuurtjes gemaakt. Voor de appelmoes, de maïskolven en de grote pan soep. Hiervoor mogen de kinderen zelf groente snijden. Ook de kleintjes. Een man met een lange grijze staart is de vuurman en spoort de kinderen aan veilig om te gaan met hun kleine aardappelschilmesjes. Maar er worden elk jaar wel wat pleisters geplakt op kleine bebloede vingertjes. Ook deze keer komen ze bedremmeld binnen wandelen bij de conciërge. Het is geen feest zonder risico. De dikke pompoensoep pruttelt in een grote ketel boven een open vuur. De grotere kinderen mogen buiten het plein een fakkel-race lopen, boogschieten en over de sloot abseilen. Al jaren ben ik gastvrouw op dit feest en voorzie alle deelnemers van koffie en koek op het plein en daarbuiten. Ondertussen klets ik heel wat af. Het plein baadt in een warme herfstgloed van oranje zonnestralen. Het is een feest om buiten te zijn. Tijdens de lunch dekken we als gastvrouwen de tafel met drakenbrood, zelfgemaakte appelmoes, rozijnenbrood, roomboter, kaarsen en servetten en een prachtig herfstboeket bloemen uit eigen tuin. We maken een mooie plek binnen in de aula van de school waar alle ouders die hebben meegeholpen aan het feest, de zelfgemaakte soep oplepelen met een stuk drakenbrood erbij en nagenieten. De eerste klassen hebben de hele ochtend appeltjes geschild en gesneden waardoor er een grote schaal geurende, verse appelcompote op tafel staat. De sfeer is goed, de saamhorigheid groot. Als de schoolleider nog even terugblikt op dit veelzijdige feest waarin de kinderen zoveel beleven 'aan den lijve' hebben we allemaal zoiets van: ja, dit is een bijzondere school. Fijn dat onze kinderen hier onderwijs krijgen. Oh, oh wat klinkt dit zoet. Maar een beetje weemoed is op zijn plaats want volgend jaar ben ik hier niet meer en zit Jelle als puber op de middelbare school. Gelukkig hangt de vuurlucht nog om mij heen.
Maagdelijk wit
Vandaag komt de vrachtwagen voorrijden met nieuwe doeken. We hebben afgesproken bij het atelier. De wagen zou tussen half negen en half elf leveren. Buiten adem arriveer ik twee minuten over half negen bij Concordia. Meestal is er file ’s ochtends dus ik zou verbaasd zijn als de leverancier er al is. Gelukkig niet. Nog na hijgend van het harde fietsen loop ik de trap op naar de eerste etage. Eerst maar eens een senseo. Er staat nog een afwas en twee tassen met spullen die ik uit moet ruimen. Als je moet wachten, heb je opeens tijd voor dat soort klussen. Maar dit keer duurt het wachten wel erg lang. Ik neem nog een senseo en snijd er een lekkere plak vetarme Indische cake bij. Hmmm…nog even relaxen terwijl ik blader in het boek van K. Schippers wat ik inmiddels binnen heb gekregen van de bibliotheek. De ‘Bruid van Duchamp’ beschrijft alle plekken waar de kunstenaar ooit heeft gewoond. Het geeft een interessante blik op de kunstwereld van toen. Tien uur ga ik maar eens bellen met de firma. Het meisje van de receptie zegt dat de chauffeur onderweg is. ‘Voordorp toch?’ En ze noemt mijn huisadres. ‘Nee, ze moeten hier naar toe komen’ zeg ik wat geïrriteerd. Nogmaals spel ik mijn atelieradres. Een vreemde vergissing want de firma heeft hier al vaker bestellingen afgeleverd. Zou het meisje van de receptie nieuw zijn? Vroeger had ik altijd een oudere dame aan de telefoon. ‘Ik ga gelijk de chauffeur bellen’ zegt het meisje opgewekt. Dat is wel makkelijk tegenwoordig met die mobiele telefoons. Iedereen is overal te traceren. Binnen een kwartier komt de grote, witte vrachtwagen voor rijden. Ik help de chauffeur met uitladen en heb de oude PTT-postkar al klaar staan. Een ideaal transportmiddel dat Beer ooit ergens op de kop heeft getikt. Met schilderijenvervoer van de eerste verdieping naar de begane grond is het een onmisbaar ding. Gelukkig hebben we een lift in het pand. Ik moet twee keer rijden met de kar voordat ik alle vijfentwintig doeken boven heb. Vervolgens reken ik af met de chauffeur en zijn mobiele pinautomaat. Ik kan weer een kleine twee jaar vooruit met deze voorraad en kan uit alle formaten kiezen. Breed, smal of vierkant. Dit keer heb ik veel variatie in afmeting aangebracht. Ik verheug me op nieuw werk. De aandrang is zo groot dat ik gelijk een lang smal doek uitkies. Ik maak een opzet voor een werk waar ik de vondsten van Jelle in ga verwerken. Op een dag tijdens onze vakantie in de Costa Verde kwam hij thuis van een bergwandeling met Beer. Hij had lege schietpatronen verzameld in het bos. Twee zakjes vol. Triomfantelijk overhandigde hij mij zijn schatten. Blauwe, groene, rode en zwarte hulzen onder de modder. Ik kon de inhoud niet helemaal thuisbrengen tot ik een toelichting kreeg van de mannen. Jagers hadden in dat gebied blijkbaar wild afgeschoten. Konijnen, fazanten en herten hebben de kogels uit de kleurrijke hulzen niet overleefd. De titel van het werk dringt zich op als ik bezig ben met de verschillende, soms verroestte patronen te rangschikken: ‘Victims’. Als je niet goed kijkt, lijken de lege hulzen net uitgeknepen verftubetjes. Heel onschuldig. Ondertussen zijn het moordwapens. In dit werk wil ik spelen met die tegenstelling en de decoratieve functie die de hulzen hebben door hun verschillende kleuren. Ik maak een eerste opzet en compositie en fiets in de middag tevreden huiswaarts.
Pubers & idealen
Vandaag blijft er een vriend van Justus mee eten. Ze gaan samen naar de atletiek. Een gezellige jongen met een hoofd vol krullen. Wat Justus te weinig zegt, maakt hij meer dan goed. Je kunt een leuk gesprek met hem voeren. Hij vraagt ook altijd heel belangstellend: hoe gaat het ermee? Of hij zegt ‘lekkere salade is dit.’ Hij kan echt converseren zodat de tafelgesprekken een stuk dynamischer worden. Je kunt trouwens ook erg met hem lachen. Vandaag zegt hij aan de gedekte tafel: ‘Ik ben geen vegetariër meer.’ Ik schrik ervan ‘komt dat door ons?’ We kunnen nogal eens relativeren of wat pesterig uit de hoek komen als het gaat om ethische kwesties. Wat dat betreft zijn wij zo pragmatisch als de pest en passen Beer en ik heel goed bij elkaar. Beer heeft zijn idealen ruimschoots uitgeleefd in zijn twenties: van macrobiotische kookkampen tot meditatieve sektes. Ik ben vol ethiek in de kerk begonnen, langzaam afgedwaald en via de dogma’s van conservatieve fundamentalisten, linkse bewegingen en anarchistische milieuactivisten uitgekomen bij een prettige vorm van relativering en nuancering. Het liefst sta ik aan de zijlijn van welke beweging dan ook. Nieuwsgierig genoeg om alles te onderzoeken en te leren kennen, maar ver genoeg weg om mij te vereenzelvigen met een groep. Daarvoor heb ik te lang sociologie gestudeerd in mijn jonge jaren. Ja, jonge jaren. Dat kan ik nu zeggen want dat is dertig jaar geleden inmiddels. Maar goed, ik wil een jonge knul van veertien niet gelijk van zijn idealen beroven. Toevallig eten we wok-tofu of iets dergelijks en met een mond vol sla en tomaat zegt hij dat wij niets met zijn nieuwe levensstijl te maken hebben. Waarom dan? ‘Nou gewoon, ik was er klaar mee.’ Zo’n heerlijk recht-toe-recht-aan-antwoord van een puber. Hij was de enige vegetariër in een gezin van vier dus voor zijn moeder is het wel zo makkelijk. Overigens zijn wij geen grote vleeseters. Nooit geweest ook. Sinds we weten dat omega3 zo goed is voor van alles en nog wat (stemmingen, humeur, geheugen, concentratie huid) eten we elke week makreel, zalm en haring. Dan nog een keer gehakt, kip of een eitje en dan is de week wel weer om.
Apple Care
De Eufraat & de Tigris liggen te wachten in mijn atelier. Ze zijn droog inmiddels. Het is tijd om olieverf aan te brengen. De partij van het water ga ik aanbrengen met een brede kwast met een glacerende donkergroene tint. Dit vind ik het moeilijkst en daarom begin ik daarmee. Dan heb ik dat maar gehad. De verf breng ik direct aan op het linnen. De bedoeling is dat er een glad oppervlak ontstaat dat uiteindelijk ook nog de diepte van water moet krijgen. Daar ben ik geen ster in. Over het groen komt nog een laag grijs en dan een zweem wit. De leukere delen zitten voor mij in het land wat bestaat uit een ruwe zanderige ondergrond. Soms ruig door toevoeging van blad en boombast. Hier hoef ik niet glad en nauwkeurig te werken en kan ik meer uit mijn bol gaan. ‘Pielen en frutten’ om het maar oneerbiedig te zeggen. Over het gehele doek breng ik een eerste laag verf aan. Het begint al ergens op te lijken. Als ik pijn in mijn rug krijg van het voortdurend gebukt staan over de tafel, stop ik. De verfkleren gaan uit, de modieuze jeans weer aan, ketting om, lipstick op en weer terug op de fiets naar huis. Jelle is nog steeds thuis. Inmiddels is hij ‘leuk ziek’. Boeken lezen, filmpje kijken, spelletje doen. In de middag als de zon schijnt, gaat hij zelfs naar buiten op zijn waveboard. Morgen gaat hij weer naar school.
’s Avonds helpt hij me met de registratie van Apple Care. We draaien het beeldscherm op zijn kop en leggen het behoedzaam op een kleed op tafel. Jelle pakt een vergrootglas dat hoort bij zijn postzegelboek en leest de code op. Minuscule lettertjes die net te ontcijferen zijn. Voor mij net niet. Samen komen we een heel eind. Dan zetten we de IMac weer op zijn poot terug en zetten de computer aan. De registratie kan beginnen. Wonder boven wonder pakt hij alle codes en inlognamen goed op en kunnen we steeds op het veelbelovende vakje ‘doorgaan’ drukken. Okay, die klus is geklaard. Nu kan ik bellen als er zich problemen voor doen. Een service waar ik in de winkel heel blij mee was maar waar ik me nu door voel genaaid omdat ik elke keer een 0900-nummer moet bellen. Die kosten had ik even niet meegerekend toen ik het kostbare programma Apple Care aanschafte. Die leuke jongen met zijn modieuze zwarte bril heeft daar ook niets over gezegd. Pure klantenmisleiding. Het enige waar ik nu nog benieuwd naar ben zijn de kosten per minuut. Misschien valt het mee. We gaan verder met onze ontdekkingsreis op Apple. Een leuke functie in IPhoto is de gezichtsherkenning. Bij elke foto kun je het gezicht benoemen. Je typt de naam in en Apple zoekt dan alle foto’s in je bestanden die ook dat gezicht hebben. Door te klikken bevestig je: ja, dit is Jelle. Het is grappig om te zien dat er dan ook foto’s van mij en Beer getoond worden. De gelijkenis tussen moeder en zoon wordt dus opgemerkt. Maar ook hele andere personen laat hij zien waardoor we regelmatig in een deuk liggen. ‘Lijk ik op oom Wobbe?’ vraagt Jelle verbaasd. De gelijkenis tussen een jonge knul en een oude man van pensioengerechtigde leeftijd ontgaat mij. Bij mijn foto toont hij alle portretten waar ik op sta maar ook die van mijn zussen en moeder. De verwantschap herkent de computer feilloos. Een leuk klusje om te doen. De volgende keer ga ik me storten op het programma Pages.
Gitaarles
De regen doet mij opnieuw achter de computer kruipen. Ik begin met de schone taak als klassenouder van Justus zijn klas aan het verslag van de ouderavond. Even alles op een rij voor de ouders en de leerkracht. Zo weten we de volgende keer wat er is toegezegd en of beloftes zijn nagekomen want die hele situatie met Engels moet echt veranderen. Ik werk trouwens nog steeds op mijn oude computer. Dat registreren van de Imac is nog helemaal niet makkelijk. Ik moet het beeldscherm op zijn kop houden om het nummer te checken maar dan moet hij wel uitstaan. Ik ga er een beetje tegenop zien. De Imac staat nu al dagen als een soort kunstobject pontificaal op de piano. Als ik die registratie rond heb, kan ik dat geruststellende Apple Care gaan bellen. Ik vrees dat het een klus voor de herfstvakantie gaat worden.
In de middag fiets ik met Jelle naar de stad voor gitaarles. Drijfnat komen we aan op ons eerste adres. Hij heeft een proefles afgesproken bij een jonge man met een kaal hoofd, een moderne zwarte bril en een arm vol tatoeages. Zoonlief verdwijnt via de trap naar boven. Het is zo’n typische Utrechtse bis-woning. Ik fiets verder naar het aangrenzende tuincentrum voor een kop warme cappuccino en schaf gelijk een paar regenlaarzen aan. In de uitverkoop. Ik trek ze gelijk aan want ik heb natte voeten omdat de zool van mijn paarse laarzen los zit. Met een paar kunstbloemen, waar ik later paarse vlekken van in mijn regenjas krijg die ik er nooit meer uit heb gekregen, verlaat ik na een half uurtje het pand en haal Justus weer op. ‘Ja, wel cool’ is zijn commentaar op de proefles. Maar we hebben nog meer pijlen op onze boog. In de binnenstad zit een gitaarschool en ook daar heeft hij een proefles afgesproken. Ik ben erg gecharmeerd van het pand en de manier van werken. Er zijn verschillende gitaarleraren en er oefenen ook bandjes. Een paar keer per jaar zijn er optredens van de leerlingen. Het is een plek waar ruimte is voor samenspel en ontmoeting. De lessen zijn wat duurder maar ik heb mijn keus al gemaakt. Dit is een leuke, creatieve school met mogelijkheden. Na afloop van de les zegt Justus: ‘Mwaoh, hij oefent met de piano en ik moet zelf liedjes uitzoeken. Ik werk liever uit een boek.’ Zoveel woorden heeft hij nog nooit achter elkaar gezegd. ‘Oh, dus je vindt die jongen met de tatoeage leuker?’ Hij knikt instemmend. ‘Mam, mogen we gelijk naar de muziekwinkel? Die jongen heeft een leuk gitaarboek aangeraden’. Ik ben blij met zijn enthousiasme en vind het fijn dat hij zijn gitaarlessen weer gaat oppakken. Voor een jongen die zo hard studeert, is muziek een goede ontlading en een mooi tegenwicht voor de uren die hij met zijn Ipod doorbrengt. ’s Avonds pakt hij voor het eerst sinds maanden weer uit zichzelf zijn gitaar. Hij zit op zijn bed, speelt wat akkoorden en zingt erbij. Ik smelt.
Abonneren op:
Posts (Atom)
Jouw Boek in de Bieb
De bibliotheek Utrecht is in het najaar van 2025 een prachtig initiatief gestart: Jouw boek in de Bieb. Ze eren daarmee alle schrijvers die ...
-
Gister ben ik naar de Rouw Revue geweest in de Kleine Komedie in Amsterdam. Cabaretière Mylou Frencken stond samen met Pieter Tiddens op d...
-
Laat ik een voorspelling doen. Als je ‘ja’ zegt op deze vraag, ben je jonger dan veertig jaar. Als je ‘nee’ zegt, ben je waarschijnlijk...
-
De controlelampjes flikkeren felrood en een hoge piep ontsnapt aan de controlepoortjes. Sinds een tijdje bezoek ik regelmatig de vieringen o...




